En weer is het the economy, stupid

Door Trump en Sanders weten we: de cultuuroorlogen in de VS zijn voorbij, de klassenoorlog is begonnen – en daar is helemaal niets mis mee, vindt Frans Verhagen.

Hoe het met de nominaties ook verder loopt, de successen van Donald Trump en Bernie Sanders in de voorverkiezingen geven aan dat we aan de vooravond van een grote herordening van de Amerikaanse politiek staan. Beide kandidaten slaagden er de afgelopen tijd in blanke arbeiders en laag opgeleide gedesillusioneerde kiezers te bereiken. De een bij de Republikeinen, de ander bij de Democraten. Hun toon verschilt, maar hun boodschap klinkt ongeveer gelijk en dat suggereert dat er meer aan de hand is dan een opstand van ontevreden kiezers.

Kort samengevat: de cultuuroorlogen zijn voorbij, de klassenoorlog is begonnen. Deze voorverkiezingen laten zien dat oude politieke modellen anno 2016 aan diggelen gaan. De kandidaten van de elite, Jeb Bush, Marco Rubio en Hillary Clinton, liggen onder vuur als te fantasieloos, te veel gevangen in het systeem van de heersende machten. Donald Trump blaast de ‘Grand Old Party’ van binnenuit op, door duidelijk te maken dat er een grote groep Republikeinse kiezers is die de boodschap van het Republikeinse establishment niet meer accepteert. Ze laten zich niet meer ringeloren door bijbelgooiende kandidaten of de elite die belastingverlagingen voor de rijken bepleit. Ze zijn voor protectionisme om de goede banen terug te krijgen, ze zijn voor een behoorlijke gezondheidszorg, sociaal gezien interesseren onderwerpen als abortus en schoolgebed deze kiezers niet, maar de zorg over een etnisch veranderend Amerika.

Bij de Democraten vertelt het succes van Bernie Sanders een gelijksoortig verhaal. De kandidaat van het establishment, Hillary Clinton – met haar speeches op Wall Street en haar op interventie gerichte buitenlandse politiek – wordt door Sanders weggezet als elitair, deel van de leiding die zich nu al decennia niets aantrekt van de belangen van de lage middenklasse. Clinton kan zich er moeilijk aan onttrekken. De kiezers die Bernie Sanders tot nog toe aan zich wist te binden, waren opmerkelijk gelijksoortig aan die van Trump, aangevuld met studenten die tot over hun oren in de schulden zitten en wier kansen op de arbeidsmarkt beperkt zijn. Zijn programma heeft nogal wat elementen gemeen met dat van Trump.

Het is inmiddels een afgezaagd cliché geworden om te verwijzen naar ‘it’s the economy, stupid’ waarmee Bill Clinton zichzelf in 1992 op het juiste pad hield. Maar Trump en Sanders bewijzen dat er nog leven zit in deze wijsheid. Economische onzekerheid is de diepste bron van ongenoegen in de veel beschreven ‘woede van de kiezer’. Die woede is minder gericht tegen Washington; het is bovenal een machteloze woede over de verloren gegane illusies van het Amerikaanse dagelijks leven.

Inderdaad, deze kiezers zijn kwaad. Ja, ook op de elites van beide partijen die hen sinds jaar en dag voor het lapje houden, maar vooral zijn ze boos over hun eigen stagnatie. Er zit geen leven meer in de Amerikaanse droom. Zelfs de illusie dat die droom ooit werkelijkheid was, is nu verdwenen. Sociale mobiliteit in Amerika is abominabel. De kiezers van Trump en Sanders kunnen niet meer hopen dat ze een beter leven krijgen op eigen kracht, vechtend tegen de alles overspoelende golven van de vrije markt.

Ze zitten vast in banen met lage lonen, hebben niet de opleiding om zich te verbeteren en het gat met de echte middenklasse wordt zo langzamerhand zo groot dat het niet meer weg te redenen valt. Ze zijn kwaad, kwaad vooral op hun eigen rottige bestaan. Als goede Amerikanen verwijten ze dat zichzelf, en ze realiseren zich dat ze zelf steeds op de verkeerde mensen met de verkeerde motieven gestemd hebben.

Bijna vijftig jaar geleden vond de laatste grote herordening plaats. Richard Nixon overtuigde de blanke racisten in het Diepe Zuiden ervan om op de Republikeinen te gaan stemmen. Ronald Reagan haalde daar in de jaren tachtig de economisch desperate arbeiders in het Midden-Westen bij, de zogenoemde Reagan Democrats. Het was altijd een ongemakkelijke combinatie van deze lage inkomensgroepen, gekoppeld aan klassiek Republikeinse establishmentwaardes. Het is voorbij. Deze kiezers zijn op drift, ze liggen voor het oprapen.

Er ligt nog een afgrond van verschil tussen waar Bernie Sanders voor staat en de sentimenten die Donald Trump heeft aangeboord en heeft aangewakkerd. Maar wie kijkt naar de basismotivaties van hun kiezers, ziet dat de Amerikaanse politiek revolutionair aan het veranderen is. De klassenoorlog die Mitt Romney in 2012 ontketende en die toen nog als onbetamelijk voor Amerikanen opzij werd gezet, is nu in volle kracht losgebarsten. Vergeet alle geneuzel over de sociaal conservatieve evangelische agenda, vergeet Ted Cruz en zijn gepreek. Laat opgelucht het doek vallen over die onderwerpen die jarenlang de politiek vervuilden, de social issues, god, guns and guts. Weg ermee.

Trump en Sanders zullen over vier of acht jaar gezien worden als wegbereiders van een nieuwe coalitie van Amerikanen met lage inkomens die eindelijk opkomen voor hun sociaal- economische belangen. Het is een ontwikkeling die iedere Amerikaan zou moeten toejuichen. Een land dat al decennia in politieke verlamming verkeert, dat in zijn anti-overheidskramp veel te weinig heeft besteed aan infrastructuur, onderwijs, woningbouw en de eenvoudigste maatschappelijke voorzieningen heeft laten verslonzen, een land dat zich liet meeslepen in buitenlandse avonturen – dat land gaat zich weer concentreren op wat er binnenlands moet gebeuren. Trump en Sanders zorgen ervoor dat de prioriteiten de juiste kant op gaan. Noem het maar een revolutie.

    • Frans Verhagen