Echt niet

Ik groeide op in een nieuwbouwwijk in de provincie, dus een man van het volk was ik niet. „Wilt u uw fiets ergens anders neerzetten?”, was daar een normale vraag die mijn ouders niet makkelijk stelden. Ze ergerden zich wel, maar vonden het moeilijk om de veroorzaker van het ongerief aan te spreken. Je kon je fiets heel vaak in onze heg gooien voordat ze zo vriendelijk mogelijk naar buiten kwamen.

„Wilt u uw fiets ergens anders neerzetten?”

„Echt niet.”

Twee jaar geleden verhuisde ik met de vriendin naar Betondorp, een nog niet veryupte volkswijk in Amsterdam-Oost. Ik kreeg er in korte tijd een stoomcursus effectief communiceren, waar mijn ouders wat aan gehad zouden hebben. Lik op stuk beleid, maar dan zonder woorden.

Fiets niet in het schuurtje, maar tegen een lantaarnpaal?

Lekke band.

Pas na twee keer begreep ik het.

„Ja”, zei de vriendin, nadat we de plukjes haar die we regelmatig in de brievenbus vonden hadden bestudeerd, „dit zijn haren van Duttie.” (Duttie is haar langharige poes, een heilige Birmaan.) We begrepen dat ze de borstel waarmee ze de poes placht te kammen maar beter niet meer op het balkon kon uitkloppen.

Fiets niet in het schuurtje, maar tegen een lantaarnpaal? Lekke band

Wie zijn vuilniszak hier naast de container legt of het grofvuil een paar uur te vroeg buiten zet, vindt zijn troep, de zak het liefst open gescheurd, voor de deur. De hondenbezitter die ooit op eigen terrein in een berg uitwerpselen is gelopen, ruimt de ontlasting van zijn beest voortaan wel op. Van een geval dat bleef volharden, werd de gevel van de woning beklad met het woord ‘poep’.

Ik heb weleens gefantaseerd hoe of het er in die kleine huisjes aan toe gaat als er iemand tussen zit die het avondeten niet lekker vindt. Gooit die dat dan zonder iets te zeggen op de grond? Of smeert hij de spaghetti bij de kok in het gezicht?

Gisteravond sprak ik een vrijwilliger van de dierenambulance aan, waarvan het hoofdkwartier aan de overkant van de weg ligt. Hij had de irritante gewoonte om zijn auto dusdanig voor ons huis te parkeren dat zowel wij als onze directe buren onze auto’s niet meer kwijt konden.

„Kunt u uw auto voortaan iets dichter op de andere auto’s zetten?”

Echt niet.

In de buurtwinkel keken ze me hoofdschuddend aan toen ik het vertelde.

„Gewoon een aardappel in de uitlaat stoppen.”

Voor altijd een kind uit een nieuwbouwwijk in de provincie.