Dit is de beste plek ter wereld - en het stinkt er

Indonesië Roanne van Voorst biedt een sterke inkijk in de strijd tegen armoede, ellende en corruptie in een sloppenwijk van Jakarta. Maar daar buiten treedt een nieuwe generatie politici wel degelijk daadkrachtig op.

De beste plek ter wereld stinkt. Het is er vol. Iedereen is er arm en scharrelt op zijn eigen manier een bestaan bij elkaar. En, zo ondervond antropoloog en journalist Roanne van Voorst (1983), als je er een paar maanden water drinkt, word je heel ziek. Maar het is ook plek vol saamhorigheid en lef. Een plek waar ouderen gerespecteerd worden en buren zo hecht als familie zijn.

Voor haar promotieonderzoek aan de UvA woonde Van Voorst een jaar in Bantaran Kali, een sloppenwijk in Jakarta. Ze wilde zien hoe de armsten er omgaan met de jaarlijkse overstromingen in hun buurt. Naast haar proefschrift schreef ze De beste plek ter wereld.

Van Voorst is op haar best als ze het over het leven in de sloppenwijk heeft. Ze hemelt armoede niet op, beschrijft hoe hard het eraan toegaat en hoe kwetsbaar de bewoners zijn voor corrupte autoriteiten, ziekte, onderlinge strijd en onverwachte tegenslag. Kortsluiting betekent dat 489 bewoners dakloos worden door brand, zo dicht wonen ze er op elkaar. Tegelijkertijd doet Van Voorst recht aan de vindingrijkheid van haar buurtgenoten en hun gemeenschapsgevoel .

De mooiste anekdote gaat over de plannen van Tikus, een jongen die zijn geld verdient met gitaarspelen en het innen van beschermingsgeld. Hij wil het beter hebben, voor zichzelf en voor de buurt. Van een oude badkuip maakt hij een jacuzzi, van fietsbanden fabriceert hij een fitnesstoestel. En zo begint Tikus de eerste sportschool annex spa in Bantaran Kali.

Structuur

Wie voor het eerst in een Indonesische sloppenwijk komt, ziet chaos. Door er een jaar onafgebroken te wonen ziet Van Voorst de structuur in de chaos. Niet iedereen is even arm. De net iets mindere armen kunnen de armsten inhuren om de was te doen. Hoe moeilijk het is om dit te doorgronden blijkt als ze er pas na maanden achterkomt dat Aki – haar buurvrouw, vriendin en huisbaas – bijklust als prostituee, al denkt Aki daar zelf genuanceerder over.

Een zwaar vervuilde rivier stroomt door een sloppenwijk van JakartaFoto GettyImages

Als een kroniek van een kampung biedt De beste plek ter wereld een sterk inkijkje in een wereld waar weinig Nederlanders besef van hebben. Maar als beeld van Jakarta schiet het boek tekort, terwijl Van Voorst met haar uitstapjes buiten de sloppenwijk die ambitie wel lijkt te hebben.

Wijken als Bantaran Kali zijn onderwerp van felle discussie. De bewoners bivakkeren er illegaal. Ze wonen op de rivieroever waardoor in het regenseizoen de stad structureel overstroomt. De daadkrachtige gouverneur van Jakarta, Basuki Tjahaja Purnama, heeft weinig geduld met de sloppenwijken. Hij wil zijn stad op orde krijgen. Dat betekent overstromingen temmen. In aanloop naar het regenseizoen waren er overal mannen van de gemeente te vinden die slijk, afval en rottende rattenkarkassen uit de riolen schepten.

Basuki gaf ook opdracht enkele illegale sloppenwijken te ruimen, wat tot grote consternatie en verdeeldheid leidde, want de bewoners worden allesbehalve eerlijk behandelt. Maar Jakartanen keken dit jaar verbaasd op toen grootschalige overstromingen uitbleven. Velen zien dit als een belangrijke ontwikkeling: als zelfs de overstromingen in het planologisch mislukte Jakarta verholpen kunnen worden, gloort er hoop. Deze discussie behandelt Van Voorst oppervlakkig terwijl het een belangrijk voorbeeld is van hoe een nieuwe generatie Indonesische politici daadkrachtig, wars van corruptie en met oog voor armoedebestrijding Indonesië wil moderniseren.

Ziekenfonds

Zo heeft het stadsbestuur de afgelopen jaren een ziekenfonds opgezet zodat ook de armsten betere medische zorg krijgen. Met haar unieke positie in Bantaran Kali zou je willen lezen wat Tikus, Pinter en Aki van deze kentering in de politiek merken. Storend is overigens dat de wijk waar Van Voorst verbleef niet Bantaran Kali – Indonesisch voor ‘rivieroever’ – heet, maar dat ze de buurt heeft geanonimiseerd om de autoriteiten geen bewijs te leveren dat de bewoners er illegaal zitten. Vanuit journalistiek perspectief is het de vraag of dat gerechtvaardigd is. In de buitenlandse en de Indonesische pers wordt met regelmaat openlijk geschreven over deze buurten.

Verschillende keren spiegelt Van Voorst het leven van sloppenwijkbewoners aan dat van de allerrijksten die in de dure winkelcentra van Jakarta shoppen en in paleizen wonen. Wat ze niet noemt, is de opkomst van een middenklasse: een snel groeiende bevolkingsgroep die dagelijks, met miljoenen tegelijk, forenst van voorsteden als Bekasi, Depok en Tangerang. Zij werken in kantoren in het zakendistrict, in de warenhuizen en studeren aan de universiteiten. Als de straten weer weken blank staan, kunnen ze niet naar hun werk toe en loopt de Indonesische economie, en daarmee hun leven, spaak. Zij willen een einde aan de overstromingen en vinden het slopen van Bantaran Kali een uitstekend idee.