Clownerie van Lenette van Dongen

‘Zet de muziek maar aan”, zegt Lenette van Dongen halverwege Tegenwind. „Dan zal ik eens laten zien hoe je moet schoonmaken.” Waarna ze op de dreun van een oorlogszuchtige soundtrack een gespierde demonstratie ramen lappen, strijken en dweilen uitvoert. Dat doet prettig tegendraads aan, al is het misschien niet zo afeministisch als het lijkt, omdat ze op haar voorwaarden het plezier van het huishouden terugverovert: op het idee dat het tuttig en nederig is.

Lenette van Dongen heeft wel meer terugveroverd. Op zichzelf, want dit is psychoanalytisch cabaret over de worsteling met de eigen identiteit. Van Dongen is gescheiden, verhuisd van de stad naar een dorp en op haar 57ste gelukkiger dan ooit. Dat geluk wil ze delen en daarin slaagt ze volledig. Dit feelgoodcabaret heeft het effect van lichttherapie bij een winterdepressie.

Haar zelfonderzoek is ferm, maar schuurt soms tegen zelfhulpproza aan – als ze zegt dat ze haar onmacht oppakt of haar schaamte om erbij te moeten horen ontmaskert. Haar behandeling van de ‘bucketlist’ is sleets en in haar navelstaarderij walst ze over de problemen van de wereld heen. Maar daar staan veel mooie zinnetjes, doorleefde uithalen en aanstekelijke clownerie tegenover.

Gaandeweg ga je op in het vlinderen en fladderen, de danspasjes en hupjes, de gekke bekken en de uitgestoken tongen. Door haar rijke bewegingsarsenaal krijgt zelfs een nummer over yoga – een makkelijk mikpunt – voldoende finesse om geestig uit te pakken. Bijkomende attractie zijn de geluiden die ze imiteert, zoals van een steenzaag, waarbij ze klinkt als een nijdige Japanse karateka: hajajajazingggg!

Zo gepassioneerd dat je het gelooft bezingt Van Dongen de eigenaardigheden van het dorpsleven, de lol van tuinieren en verbouwen, en een levenslange vriendschap. Symbolisch voor haar positivisme is de scène waarin ze de campinggeluiden vertolkt die een vijfjarig jongetje dat alleen in zijn tent ligt gerust moeten stellen: van het ontkurken van de flessen tot de kus van de ouders. Ja, ontroerend, dat is Tegenwind ook.