Bouwen met minder rompslomp

Gemeenten lopen alvast vooruit op de nieuwe Omgevingswet die de Eerste Kamer binnenkort aanneemt. Dat leidt tot minder bureaucratie. Of niet.

Achter deze speeltuin in Leidschendam zal binnenkort een nieuw winkelcentrum verrijzen. Met de nieuwe Omgevingswet hebben gemeenten straks – als het goed is – minder last van bureaucratie. Foto Jurriaan Brobbel / ANP

Ingrijpend voor de hele ambtelijke organisatie, noemt projectleider Jeroen Traudes van de gemeente Leiden invoering van de Omgevingswet. Ambtenaren die gewend zijn om hun eigen toko te bestieren, bijvoorbeeld milieu, moeten nu samenwerken met hun collega’s van natuurbeheer. Of die van ruimtelijke ordening. „En de Omgevingswet stelt aan ambtenaren andere,ingrijpender eisen aan het denken over de toekomst van de stad”, zegt Traudes. „Ambtenaren moeten durven denken over de ‘staat van de stad’ over 40 jaar!”

Leiden werkt al met die Omgevingswet, die naar verwachting pas in 2018 landelijk wordt ingevoerd. De Eerste Kamer besluit er deze maand over. De wet bundelt alle wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu en de leefomgeving. Dat moet minder bureaucratie, kortere procedures en meer slagkracht voor gemeenten opleveren. De in 2010 ingevoerde Crisis- en herstelwet wordt in de nieuwe wet opgenomen. In de praktijk moet dat ertoe leiden dat bijvoorbeeld industrieterreinen makkelijker te veranderen zijn in woonwijken. Zonder de huidige rompslomp van ingewikkelde bezwaarprocedures en inspraak.

Verantwoordelijk minister Melanie Schultz (Infrastructuur & Milieu, VVD) loodste de wet vorig jaar juni zonder moeite door de Tweede Kamer, alleen GroenLinks en de Partij voor de Dieren stemden tegen. De Eerste Kamer was deze week kritischer, maar Schultz hoeft voor het aannemen van de wet niet te vrezen.

Daarmee eindigt het niet, want er volgt nog veel aanvullende regelgeving, zoals bijvoorbeeld over de bevoegdheden van provincies en gemeenten. Over milieucriteria die voor alle gemeenten gelden. Of over de manier waarop bezwaartermijnen en inspraakprocedures geregeld worden.

Maar lokaal wordt al volop met de nieuwe wet geëxperimenteerd. Leiden werkt met negen buurgemeenten samen aan een zogeheten omgevingsvisie, ter vervanging van de huidige structuurvisie. En zoals de structuurvisie nu de basis is voor het bestemmingsplan, is de omgevingsvisie dat voor het toekomstige omgevingsplan. Die vervangt dan het huidige bestemmingsplan.

Stadsgesprekken

„Die structuurvisie regelt, net als het bestemmingsplan het ruimtelijke ordeningsbeleid”, zegt Traudes. „De omgevingsvisie gaat verder. Die gaat over de inrichting van de samenleving. Dus ook over milieu, duurzaamheid, natuurbescherming, de consequenties op termijn van de vergrijzing, onderwijs, duurzaamheid of de mobiliteit. Hoe willen Leidenaren oud worden? Moet de stad nog verder investeren in hoogwaardig onderwijs en wat is daarvoor nodig?” Ambtenaren gingen in Leiden ‘de straat op’ met de vraag hoe inwoners in 2040 hun stad willen beleven. En wat de overheid moet doen om dat mogelijk te maken.

Ook in Utrecht wordt gewerkt aan een omgevingsvisie aan de hand van de nieuwe wet en worden stadsgesprekken en ‘initiatievencafés’ georganiseerd. „Die stadsgesprekken zijn discussies over thema’s waar we als gemeente mee bezig zijn”, zegt planologe Martine van Rijn van de gemeente Utrecht. Ook daar betekent de wet een ambtelijke cultuuromslag.

„Gaat het ambtenaren van uiteenlopende disciplines lukken om samen te werken? Ambtenaren die nog nooit over elkaars schutting hebben gekeken, moeten dat nu wel doen. Wie zich nu op het stadhuis met ruimtelijke ordening bezig houdt, moet straks ook weten, wat hun milieucollega’s met luchtvervuiling en het verkeer doen. En andersom. Dat vereist een cultuuromslag die in 2018 een feit moet zijn.”

Deskundigen wijzen op hiaten in de wet. Want wie het bij bij conflicten voor het zeggen heeft, is niet vastgelegd, zegt universitair docent Daniel Korsse van de Universiteit Utrecht. „Het is onduidelijk wie dan het laatste woord heeft: gemeente, provincie of in uiterste instantie Brussel.”

„Er is veel werk verzet in korte tijd, zei hoogleraar Tonny Nijmeijer van de Radboud Universiteit Nijmegen eind vorig jaar tijdens een hoorzitting over het wetsvoorstel. Om daar meteen aan toe te voegen: „tot zover de vriendelijke woorden”. Want hoewel tal van wetten worden gebundeld, gaat dat volgens Nijmeijer nauwelijks simpeler procedures, of minder bureaucratie opleveren.

Een zorg die senator Petra Stienen (D66) deelt. „De nieuwe wet moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving, schonere lucht en schoon water. Daar moet de minister garanties voor geven.” Volgens Stienen moet Schultz er verder voor zorgen dat gemeenten de klimaatafsprake n van de milieutop in Parijs in de omgevingsplannen vastleggen.

Het ontbreken van die aanvullende regelgeving is voor de meeste fracties in de Eerste kamer een pijnpunt. De PvdA wil de garantie dat de vier zogeheten Algemene Maatregelen van Bestuur, waarin de aanvullende regels worden vastgelegd, ook aan de Eerste Kamer worden voorgelegd. „Als die onvoldoende zijn, kan de wetgeving alsnog geblokkeerd worden”, aldus PvdA-senator Lambert Verheijen.

Volgens GroenLinks-senator Marijke Vos is de aanvullende regelgeving een wirwar van „honderden pagina’s die door vrijwel niemand te doorgronden zijn.

Ook in Leiden is het afwachten hoe de wet straks uitpakt. „We hebben ambtelijk nog een weg te gaan. Veel gegevens zwerven versnipperd door de organisatie. En de data-uitwisseling tussen gemeenten laat ook te wensen over. We hebben hier geen kaarten van Wassenaar of Voorschoten. En dat zal andersom ook wel zo zijn.”

    • Jos Verlaan