Boekenweesboeken voor bij de kassa van de überbraderie

De verovering van Nederland door de Duitse boeken is na vijf dagen nog niet voltooid, zag ik in de bestsellerlijst. Voorlopig is deze Boekenweek er een waarin we vriendelijk knikken naar de boekhandelaar in Lederhosen, een blik werpen op de flessen Warsteiner in de etalage, een Aha-Erlebnis-speurtocht volgen en daarna bij de kassa gewoon Annejet van der Zijl, Jelle Brandt Corstius of Griet op de Beeck afrekenen. Daarna nog Kaffee und Kuchen bij de Jugendfeuerwehr-foodtruck voor de deur, tot besluit van de dag op onze überbraderie van de letteren.

Intussen zijn er allemaal zielige mooie boeken die in het geweld ten onder dreigen te gaan. Zelf leef ik al weken parttime in 1969, door elke dag te lezen in Boontjes 1969, de geweldige gebonden uitgave van dagelijkse columns van Louis Paul Boon. Ooit begonnen door de ‘gewone’ uitgeverij Houtekiet, inmiddels gereanimeerd door het L.P. Boon genootschap en de Nijmeegse boekhandel Roelants. Boon zwijgt over de Boekenweek 1969 (die was toen ook nog niet Vlaams), maar wel zijn er mooie stukjes over de avonden waarop de oude revolutionair (Boon was van 1912) in het café plannen smeedde met de opstandige jeugd van ’69. Althans, dat meende die jeugd. Boon: ‘Ik vergat het allemaal, en zo totaal zelfs, dat ik de volgende avond wat vreemd opkeek toen er een jongeman met baard aanklopte. Is er wat? wou ik weten. Wel, zei hij, het gaat over dat tijdschrift, we moeten daar nog eens verder over praten.’ En ook: tuinanekdoten, Che Guevara, jeugdherinneringen (‘Ik heet Poontje’) en een prachtstukje tussendoor over Boons gestorven zusje. En een niet te missen leestip, op 8 april: de ‘ondeugende gedichten’ van Marc Van den Eynde. Boon leest ze liever dan Goethe. Daar valt over te twisten, maar sommige ervan zou je anno 2016 in een stadsdeelkantoor in Amsterdam-West kunnen hangen, bij wijze van een Aha Erlebnis-speurtocht: ‘Omwille van de mini-look/ draagt elke vrouw nu weer een broek.’

Als alle boekhandels deze hopelijk hondsdrukke zaterdag nu eens een Boekenweesboek kiezen: een amper opgemerkt, in de marge van het grote geweld uitgegeven prachtboek. Leg dat Boekenweesboek in een stapel bij de kassa en verkoop het als warme Kuchen. De Boontjes, bijvoorbeeld. Of een andere manmoedige uitgave van een kleine uitgeverij. Neem Etty Hillesum leest Rainer Maria Rilke van Frits Grimmelikhuizen, over hoe Hillesum zich in brieven en gedichten van Rilke verdiepte: ‘Wo ich schaffe, bin ich wahr...’ citeert ze Rilke in haar dagboek in de lente van 1942. Haar voorlaatste lente: een paar maanden later zat ze in Westerbork, in november 1943 stierf ze in Auschwitz. De overgave waarmee Hillesum zich met Rilke verbindt is een indringend betoog voor het belang van literatuur – óók als de kraampjes van de braderie weer afgebroken zijn.