Als een huwelijk versleten raakt

Het liefdesverhaal over Thomas en Mary is het tegenovergestelde van wat de titel suggereert: dit is een donkere, claustrofobische liefdesgeschiedenis die door Parks analytisch wordt uitgeplozen.

Martin Parr: Bored Couples uit 1992 Foto Magnum Photos/ HH/ Martin Parr

Het gaat mis op de dag dat Thomas zijn trouwring verliest op het strand waar hij met zijn gezin bivakkeert. Vlak voordat hij gaat zwemmen, geeft hij de ring aan zijn vrouw Mary – tenminste, dat neemt hij zich voor, en hij denkt ook dat hij dat heeft gedaan. Of is het de kou geweest die zijn huid iets heeft verschrompeld? Hoe het ook zit: de ring is weg. Geen probleem meent Mary. Ze besluit dat nu hij geen ring meer heeft, zij hem óók niet meer hoeft te dragen. Na een tijdje beseft Thomas dat het alleen nog maar goed kan komen met haar als hij op het strand de ring terugvindt. ‘Dit gebeurt niet’, is de laatste zin van het openingshoofdstuk in Thomas and Mary. A Love Story, de nieuwe roman van Tim Parks.

Het is een ijzersterke opening, of eigenlijk een los verhaal, dat nog geen vier pagina’s telt. In kort bestek zet Parks de levens van zijn twee hoofdpersonen verbluffend scherp neer. Het plezier dat ze hebben gehad, het inslapen van hun gevoelens waaraan blijkbaar niets te doen was, de onverschilligheid die maakt dat symbolen zwaarder gaan tellen: het zit er allemaal in. Als het een kort verhaal was geweest, zou je zeggen dat het de kracht van een roman had. Maar er volgen nog zo’n 340 pagina’s op dat verwoestende eerste hoofdstuk. En daarbij rijst steeds de vraag of dit nu een roman of een verhalenbundel is. Een onzekerheid die ook gevoed wordt door het feit dat sommige hoofdstukken eerder in tijdschriften als kort verhaal werden gepubliceerd.

Er is teveel eenheid om van een verhalenbundel te spreken, en er zijn te veel losse inzetjes om het een roman te noemen. Wellicht is Thomas and Mary het best te omschrijven als de letterlijke ontleding van een huwelijk, en zijn vorm en inhoud als het ware één. De losse hoofdstukken geven vorm aan het losgeslagen huwelijk. Het kan dé manier zijn om een conventioneel onderwerp in een onconventionele vorm te gieten.

Hoe dan ook: in de eerste vier bladzijden is de toon meteen gezet. De love story van Thomas en Mary is het tegenovergestelde van een liefdesverhaal. Het is een schets van de ontluistering die past bij het wegvallen van de liefde, een proces dat maar doorgaat en doorgaat. Er zijn kinderen in het spel, dus aanvankelijk willen ze niet uit elkaar, maar ze lossen de problemen dan vrij simpel op: Mary leeft haar eigen leven, Thomas gaat keer op keer vreemd en of Mary dat nu merkt of niet, het maakt allemaal niets meer uit.

Vederlicht

Het lijkt alsof Parks een noodlottig, donker, claustrofobisch boek wilde schrijven dat compleet het tegenovergestelde is van zijn vorige: het olijke, exuberante, vederlichte maar niet erg sterke Painting Death, een soort literaire detective. Van die roman spatte het plezier af, al was het erg particulier. Thomas and Mary barst uit elkaar van klein verdriet, dat naarmate het zich hoger opstapelt steeds groter wordt.

En dat verdriet is niet particulier, suggereert Parks in zijn vileine formulering van de standaardformule dat het verhaal niet gebaseerd is op bestaande personages. Het betreft hier ‘slechts’ fictie, legt hij met een vette knipoog uit: ‘Er zullen zeker lezers zijn die de overeenkomsten zien met hun eigen leven, of met die van mensen die ze kennen. En misschien zijn die overeenkomsten er ook wel. Maar dat is toeval’ – ook al doet de poging tot felrealistisch verslag van de onmogelijkheid van twee mensen om met elkaar samen te leven anders vermoeden.

De beste hoofdstukken doen hetzelfde als het beginverhaal: aan de hand van een detail laten zien hoezeer de twee uit elkaar zijn gegroeid. De ruimteverdeling in het huis is een van die onderwerpen: de keuken is het domein van de een, de garage dat van de ander. Of neem het verhaal over de uiteenlopende tijden waarop ze naar bed gaan. Soms zit de een nog te skypen en dan maakt de ander een lange wandeling met de hond. Tegelijk naar bed gaan doen ze allang niet meer en als de ene eindelijk de slaapkamer binnenstapt ligt de ander allang te slapen, onveranderlijk met het gezicht naar de muur.

Een portret van een huwelijk kortom, waarbij het accent telkens verschuift naar één facet: de hond (dat beest is uiteindelijk nog iets waarin ze elkaar weten te vinden), haar vriendinnen, een etentje, et cetera – ze worden verteld vanuit het perspectief van Thomas of een van zijn vriendinnen. Daarbij wijken sommige hoofdstukken wat af, ze zijn langer en gaan niet direct over het huwelijk zelf. Zo staan in één hoofdstuk bijvoorbeeld de dood van Thomas’ moeder en haar worsteling met religie centraal. Ergens anders draait het om de avontuurlijke vriendin van hun zoon. Het zijn stukken waarin even een blik op een andere werkelijkheid wordt gegeven, maar ze onthullen ook dat de grote greep waarmee Parks de lijntjes in zijn romans meestal bij elkaar weet te houden, hier ontbreekt.

Uiteraard is er wel zoiets als een lijn: hoe meer Thomas afstand neemt van zijn huwelijk, des te vaker leeft hij zich uit in buitenechtelijke avonturen. Tot zijn verbazing merkt hij dat de dames een voor een op hem afkomen, en ook even voorspelbaar weer vertrekken wanneer blijkt dat hij geen eind aan zijn huwelijk wil maken. Of die vriendinnen nu wel echt klaarkomen, en wat het betekent dat hij dat niet steeds kan inschatten, laat staan dat hij het durft te vragen: dat interesseert hem wél en hij praat er graag over met zijn tennismaatje.

Rijke geschiedenis

Parks heeft een rijke geschiedenis van romans waarin relaties mislukken (Europa), vrouwen die zich afkeren van hun suffe vriendjes (Sex is Forbidden) en mannen vertrekken (Cleaver) en hij schreef zelfs een essaybundel met de titel Adultery and Other Diversions. Zelden ging hij echter zo koel en analytisch te werk als in Thomas and Mary. Dat hij ook enkele hoofdstukken wijdt aan het begin van hun relatie maakt de roman extra pijnlijk. De toegeeflijke mildheid waarmee ze elkaar aanvankelijk tegemoet traden, lijkt zo vanzelfsprekend dat je je afvraagt waarom er vijftien jaar later niets meer van over is. Ze leven langs elkaar heen, zonder elkaar een eigen leven te gunnen.

Als lezer gun je Thomas op den duur weinig meer. Parks geeft geen reden of excuus voor diens gedrag, noch kweekt hij enig begrip: Thomas is een buitengewoon egocentrische man die het slechtste losmaakt in zijn omgeving, zodat je hem als lezer, net als diens gezelschap, het liefst de rug zou toekeren.

Dat je toch doorleest, is te danken aan Parks’ kunst om situaties te schetsen. Hij slaagt erin om zelfs van een ontmoeting in de hemel iets fatalistisch te maken, of om het romantische begin van een nieuwe liefde te laten voorvoelen als de kroniek van een aangekondigde ramp. Het lezen van Thomas and Mary. A Love Story is in feite een vorm van ramptoerisme.