Wat de ECB doet, gebeurt in Japan al jaren – en het werkt niet

Om de Europese economie op te lappen pompt Draghi extra miljarden rond. Dat doet Japan al jaren, maar de economie blijft kwakkelen.

Volgens Japanse economen leidt deflatie tot een langzaam doodbloeden van de economie. Zeker in een snel vergrijzend land als Japan. Randy Olson/Hollandse Hoogte

Europa begint economisch op Japan te lijken. Met de moed der wanhoop streven ECB-voorzitter Mario Draghi en de zijnen ernaar de inflatie in de eurozone aan te wakkeren tot twee procent. Hoeveel geld de Europese Centrale Bank ook in de economie pompt door overheidsobligaties op te kopen en hoeveel ze de rente ook verlagen – de depositorente is inmiddels min 0,4 procent – de inflatie in de Eurozone blijft laag. Daardoor geven consumenten minder snel geld uit en dat is slecht voor de economie.

Draghi treedt in de voetsporen van zijn Japanse collega Haruhiko Kuroda, de gouverneur van de centrale bank van Japan. Al sinds begin 2013 laat Kuroda astronomische hoeveelheden yen – het equivalent van ruim 700 miljard dollar per jaar – in de economie pompen door obligaties op te kopen. En nog altijd stijgt de inflatie amper in Japan.

Ook Kuroda mikt op een inflatie van 2 procent per jaar. Zo hoopt hij uit de situatie van deflatie te raken, waarin Japan al sinds het midden van de jaren 90 verkeert. Wie in 1995 een bedrag van 100.000 yen in een sok had gestopt, kon daar 17 jaar later voor 112.000 yen boodschappen mee doen. Doordat het geld de laatste jaren meestal in waarde stijgt, potten veel mensen hun geld op en stellen aankopen uit.

Dit heeft een verlammende werking op de consumptie en op de economie als geheel. Uiteindelijk, zeggen Japanse economen, leidt deflatie tot een langzaam doodbloeden van de economie. Zeker in een snel vergrijzend land als Japan waar op veel plaatsen al meer luiers voor bejaarden dan voor baby’s worden verkocht. Met het doodbloeden valt het overigens voorlopig mee, ook doordat bedrijven werknemers niet snel ontslaan. Het werkloosheidspercentage bedraagt slechts 3,2 procent.

Dat inzakken van de consumptie is precies wat Draghi tot bijna elke prijs in Europa wil voorkomen. Door de inflatie aan te wakkeren hopen de centrale banken burgers er juist toe te bewegen hun geld sneller uit te geven. Zo zouden de bedrijfswinsten stijgen en na verloop van tijd ook de lonen. De economie beweegt zich dan al gauw in opwaartse richting.

Aanvankelijk leek het te werken

Dit beoogde ook premier Shinzo Abe, toen hij eind 2012 aantrad en zijn ‘Abenomics’ lanceerde. De centrale bank, met Kuroda aan het hoofd, moest een zeer actief monetair beleid voeren. De regering, op haar beurt, moest investeren in infrastructuur en andere overheidsprojecten om de economie te stimuleren. Bovendien moest de regering de arbeidsmarkt hervormen. Met name vrouwen zouden worden aangemoedigd meer buitenshuis te gaan werken.

Aanvankelijk leek het te werken. De yen daalde, de export nam toe, de inflatie steeg licht en de economie begon te groeien. Inmiddels zijn er meer tekenen dat het toch niet lukt. Japan heeft alweer twee korte recessies achter de rug en een derde lijkt in zicht, nadat de economie in het laatste kwartaal van 2015 opnieuw met 0,3 procent kromp.

Een grote vergissing – daarover is vrijwel iedereen het eens – was de invoering van een forse btw-verhoging in 2014 van 5 tot 8 procent. Die was ingegeven door bezorgdheid over de aanhoudende begrotingstekorten en de almaar uitdijende staatsschuld. Japan heeft een extreem hoge staatsschuld vergeleken met andere geavanceerde economieën: 237 procent van het bruto binnenlands product. Door die btw-verhoging werd het kwetsbare consumentenvertrouwen in de knop gebroken.

En de inflatie? Ook daarmee blijft het kwakkelen. In 2015 bedroeg de gemiddelde inflatie nog altijd een schamele 0,5 procent en op dit moment ligt die zelfs weer dichter bij de 0,3 procent.

Daarom gooide Kuroda het in januari van dit jaar over een andere boeg en volgde het voorbeeld van de ECB door een negatieve depositorente in te voeren, van 0,1 procent. Banken die geld bij de centrale bank stallen, moeten een vergoeding betalen in plaats van er een te ontvangen.

De Japanse bankpresident meent dat als gevolg hiervan leningen en hypotheken goedkoper zijn geworden. „Ik voorzie dat dat de effecten hiervan zich zullen uitbreiden naar de prijzen en de reële economie”, zei Kuroda deze week. Er hebben zich echter ook averechtse effecten voorgedaan, die hij waarschijnlijk niet had ingecalculeerd. De aandelen van Japanse banken (die er bij gebrek aan vraag maar niet in slagen meer geld uit te lenen) daalden op de beurs van Tokio.

Bestaat er dan een beter medicijn? Een van de mensen die het wel en wee van de Japanse economie al jaren volgt is de Keynesiaanse Nobelprijswinnaar Paul Krugman. Vorig najaar opperde hij in een blog dat de regering Abe nog veel agressiever te werk moet gaan. Niet mikken op een inflatie van 2 procent per jaar maar méér, zodat mensen echt gaan geloven dat het geld snel minder waard wordt en zelf aan het consumeren slaan.

Krugman en anderen betogen dat je een tekort schietende vraag niet oplost door banken te straffen met negatieve rentes. Dan liever een geleide loonpolitiek, waarbij de overheid bedrijven en zichzelf verplichten de lonen over de hele linie met bijvoorbeeld 5 tot 10 procent te verhogen. Dat zou de economie pas goed aan het draaien krijgen, menen ze.

Zo’n stap is voorlopig nog een brug te ver voor Abe.