Uitgebeend poëtisch ritueel

Philippe Jaroussky en Davone Tines in Only the sound remains

Twee doelen dient het nieuwe Opera Forward Festival: nieuw (jonger)publiek winnen én de toekomst van het genre verkennen.

De visies van jonge makers klonken dinsdag op de openingsavond zelfverzekerd door luidsprekers in De Nationale Opera. Het ging over ‘tijdloze bezieling’ en het ‘ontleden van de wetten van het theater’ – en was zo één op één van toepassing op de vragen opgeworpen door de openingsvoorstelling: het minimalistisch-rituele Only the sound remains van de Finse componiste Kaija Saariaho (1952).

Only the sound remains is de verzamelnaam voor twee korte opera’s van drie kwartier: Tsunemasa (Altijd sterk) en Hagoromo (Verenmantel). Beide zijn intieme kamerspelen voor twee solozangers; de fraaie bas-bariton Davone Tines speelt de aardse rollen van priester en visser en de wereldberoemde Philippe Jaroussky geeft met zijn ijle countertenor stem aan gene zijde: eerst als geest, later engel. De keuze voor de vertaling van twee Japanse Nôh-theaterstukken door Ezra Pound komt van regisseur Peter Sellars, die zich hier verre houdt van actuele thematiek en twee uitgebeende poëtische rituelen voorschotelt.

Ook Kaija Saariaho’s muziek, onder leiding van André de Ridder, tovert vanaf de eerste maat met minimale middelen. Met strijkkwartet, vocaal kwartet, fluit, percussie en kantele (Finse citer) weeft ze in Tsunemasa een omineus exotisch klanktapijt: donkere percussie, ijle strijkers, tinkelende belletjes en boventoonvocalen. Het idioom is wat eenvormiger dan in haar beroemdste, meesterlijke troubadoursopera L’amour de loin. Anderzijds roept ze met elf musici wel onmiddellijk haar zeer eigen wereld van kleur en sfeer op.

Van plot of intermenselijke wrijving in aardse zin (pijlers onder reguliere opera) is geen sprake. In Tsunemasa bidt een priester voor een gesneuveld krijger, waarop diens geest tot hem komt en weer verdwijnt. In Hagaromo, met ingetogen dans van Nora Kimball-Mentzos, berooft de visser een engel van zijn veren. De aardse en spirituele personae versmelten en ontvlechten zich in schaduwspel voor en achter de kalligrafisch aandoende doeken van Julie Mehretu zoals hun stemmen dat óók doen – uitmondend in een erotische omvatting.

Ritueel muziektheater

Dankzij Pierre Audi heeft Amsterdam een rijke traditie op het gebied van ritueel muziektheater. De luisterrijke tover van Messiaens St. Francois d’Asisse, de speelse originaliteit van Tea van Tan Dun en de imposante schoonheid van Claude Viviers Rêves d'un Marco Polo (om er een paar te noemen) stelden een maat die Only the sound remains niet steeds haalt, voornamelijk doordat de intimiteit van de operaatjes wringt met de grote zaal.

Ook de rol van elektronica is niet overal even effectief. De stem van Jaroussky wordt ‘hemels’ vervormd – maar juist in natuurgedaante weet hij vaak een treffender gevoel van onthechting op te roepen.

    • Mischa Spel