NS kiest maximale prijsverhoging voor volle treinen

De prijzen van treinkaartjes en het materieeltekort zijn niet met elkaar verbonden, aldus een topambtenaar.

De OV-chipkaartpoortjes op Rotterdam CS. Foto: Martijn Beekman/ANP

Ondanks de problemen met overvolle treinen hanteert NS voor 2016 de maximaal toegestane prijsverhoging voor treinkaartjes. Zelf spreekt NS van een ‘gematigd tariefbeleid’. De verhoging is voor gangbare abonnementen (Traject Vrij, Altijd Vrij, Voordeelurenabonnement) één procent hoger dan de door NS gehanteerde inflatie: 2,2 procent.

Dat blijkt uit een brief van een topambtenaar van het ministerie van Infrastructuur en Milieu aan reizigersorganisatie Maatschappij Voor Beter OV. Voorzitter Rikus Spithorst van de reizigersorganisatie had aan de aandeelhouder van NS, minister Dijsselbloem van Financiën, gevraagd om de tarieven voor 2016 te laten bevriezen. De slechte prestaties rechtvaardigen geen prijsverhoging, vindt Voor Beter OV.

De directeur openbaar en vervoer en spoor van het ministerie laat aan Spithorst weten: „Voor 2016 heeft NS ervoor gekozen om de maximaal toegestane tariefstijging door te rekenen in de kaartjes.” Het ministerie maakt afspraken met NS over de gewenste prestaties. De tariefstijging is mogelijk binnen deze afspraken, schrijft de topambtenaar, en de prijzen van treinkaartjes en het materieeltekort zijn niet met elkaar verbonden.

NS hanteert verschillende tariefstijgingen. Bij losse kaartjes gaat het om een verhoging van 2,09 procent, bij abonnementen die ook tijdens de spits geldig zijn gaat het om plus 2,2 procent. Abonnementen voor de daluren bleven gelijk.

Volgens een NS-woordvoerder is de term ‘gematigd tariefbeleid’ gerechtvaardigd omdat niet alle producten duurder zijn geworden. Naast inflatie rekent NS nog twee dingen door: verhoging van de gebruiksvergoeding die spoorbeheerder ProRail van NS vraagt en een heffing van 50 miljoen euro die Rutte I de sector heeft opgelegd.

De NS-woordvoerder heeft nog een argument: „We investeren drie miljard euro in treinen en stations. Dat geld moet ergens vandaan komen. De kaartjes worden duurder, maar de opbrengsten vloeien terug naar de reiziger.”