Geld gooien naar bedelaars: schandalige actie of balorigheid?

Het op schandalige wijze vernederen van bedelaars of uit de hand gelopen balorigheid tegen opdringerige vrouwen die om geld bleven vragen? Filmpjes op internet die laten zien hoe PSV-supporters voor het duel met Atlético op het Plaza Mayor van Madrid muntjes naar een groepje Roemeense vrouwen gooien en ze opdrukoefeningen laat doen voor geld, hebben in Spanje voor ophef gezorgd. De burgemeester van Madrid spreekt haar afschuw uit. „Een verschrikkelijke vernedering voor mensen die in onze stad wonen”, zegt Manuela Carmena.

Jorge Fernández Díaz, de Spaanse minister van Binnenlandse Zaken, noemt het gedrag van de PSV-aanhangers „een absolute schande”. „Dit gedrag is zeer vernederend voor mensen die om wat kleingeld vragen”, aldus de minister die bij een bijeenkomst van de Guardia Civil in Logroño een verklaring aflegde. Fernández Díaz zou willen dat de daders worden opgespoord.

De clubleiding van PSV komt de dag na de uitschakeling in de Champions League met een statement. Algemeen directeur Toon Gerbrands neemt met scherpe bewoordingen afstand van de bewuste groep PSV-fans. „PSV zal passende maatregelen treffen en daarbij mag worden gedacht aan stadionverboden of ergere sancties. Als we deze mensen hebben gevonden, hebben ze een megaprobleem.” Ook de Nederlandse ambassadeur in Madrid zegt het gedrag van de fans „te betreuren”.

Harrie Timmermans, voorzitter van de supportersvereniging van PSV, wil het incident in zijn context plaatsen. „We keuren dit af. Dat staat voorop. Maar wat is er nu precies gebeurd? Er waren tientallen bedelaars die behoorlijk opdringerig waren. Wij zijn het niet gewend als mensen het terras opkomen en bijna met hun vinger in jouw pizza prikken. Dat heeft bij een aantal supporters een verkeerd soort balorigheid aangewakkerd. Dat mag veroordeeld worden, want het gooien van geld slaat nergens op. Het klinkt misschien wrang, maar voor de bedelaars was het tegelijk ook een topdag. Ik heb veel supporters op een normale manier geld zien geven.”

    • Koen Greven