Politieactie eerste resultaat samenwerking met Fransen

IS-vlag aangetroffen in Brusselse woning. Politie vermoedde productie valse paspoorten.

Politie bij het huis in Brussel, daags na het vuurgevecht aldaar. Foto John Thys/AFP

Een IS-vlag en een kalasjnikov naast een plas bloed. Het is het angstaanjagende beeld dat beklijft bij de Brusselaars die dinsdag werden opgeschrikt door een vuurgevecht op klaarlichte dag.

Anderhalf etmaal later wordt meer bekend over de uit de hand gelopen huiszoeking in de Brusselse gemeente Vorst. Agenten van het Belgisch-Franse joint investigation team waren op een nieuw spoor gezet naar verdachten van de aanslagen in Parijs in november vorig jaar.

In het huis in Vorst hoopten ze bewijsstukken te vinden van de productie van valse paspoorten. Op de aanwezigheid van personen was het team niet voorbereid. Dat bleek een misrekening. Vanuit het pand namen mannen met riotguns en kalasjnikovs de agenten onder vuur, waarna de wijk al snel veranderde in een oorlogsgebied.

Woensdag werd de voorlopige balans opgemaakt van de operatie „die heel fout had kunnen aflopen”, volgens de Belgische premier Charles Michel. „We hebben geluk gehad.”

Met ‘geluk’ bedoelt Michel dat het aantal lichtgewonden onder de agenten beperkt bleef tot vier. Eén terreurverdachte is in het pand door de politie gedood.

IS-vlag en elf kalasjnikovladers

Het gaat om de 35-jarige Algerijn Mohammed Belcaïd, die al jaren illegaal in België verbleef. „We weten alleen dat hij in 2014 een diefstal pleegde, maar verder was hij bij de politie onbekend”, zei de woordvoerder van het federaal parket in Brussel woensdag.

Behalve een IS-vlag en een kalasjnikov lagen volgens het parket naast het lichaam van Belcaïd ook „een boek over salafisme, elf kalasjnikovladers en ontelbare hulzen”.

Op twee verdachten die tijdens de schietpartij ontkwamen wordt nog altijd jacht gemaakt. Bij huiszoekingen elders in Brussel zijn wapens aangetroffen. En in een ziekenhuis in Halle, aan de rand van Brussel, werd dinsdagavond een gewonde man afgeleverd door een vriend. Terwijl de gewonde werd geopereerd, sloeg zijn hulpje op de vlucht.

Woensdagavond werd de gearresteerde gewonde weer vrijgelaten. Ook een andere arrestant, die was opgepakt bij een huiszoeking, kwam weer op vrije voeten. Ze worden nergens meer van verdacht.

„Ik dank de Brusselaars dat ze hun kalmte hebben bewaard”, zei premier Michel woensdag tijdens een speciaal belegde Nationale Veiligheidsraad – de crisisvergadering van federale ministers, politie, veiligheids- en inlichtingendiensten. „Het dreigingsniveau blijft op drie”, zei Michel.

Volgens Belgische media gaat het om dit adres, Driesstraat 60 in Vorst:

Aan dat dreigingsniveau is Brussel inmiddels gewend. Na de aanslagen in november vorig jaar in Parijs – gepleegd door terroristen die de Brusselse gemeente Molenbeek als uitvalsbasis hadden – verschenen de eerste militairen en tanks in de straten van de Belgische hoofdstad.

De militairen zijn gebleven, maar het onderzoek naar de ‘Parijse’ terreurcel sleept zich inmiddels al vier maanden vruchteloos voort.

Hoofdverdachte Salah Abdeslam, uit Brussel, is spoorloos. Ook naar andere verdachten met wortels in Brussel, zoals Abdeslams jeugdvriend en medeverdachte Mohammed Abrini, wordt nog gezocht. En de grote vraag blijft: wie was de Belgische contactpersoon die in de Parijse terreurnacht constant met de daders belde?

Frankrijk uitte in de eerste maanden na de aanslagen harde kritiek op België, dat de terroristen „had gekweekt en hun gang had laten gaan”.

Maar begin vorige maand verzoenden de buurlanden zich tijdens een bilaterale top over de strijd tegen terreur. België en Frankrijk besloten nauwer te gaan samenwerken bij de opsporing en bij het uitwisselen van informatie. De actie van het joint investigation team dinsdag was daar het eerste, zichtbare, voorbeeld van.

De Belgisch-Franse samenwerking is, „in ieder geval een goed begin”, vindt de Belgische hoogleraar en veiligheidsexpert Brice De Ruyver.

„Jongens als Abdeslam hebben overal sympathisanten die hem bescherming bieden. We moeten in heel Europa de handen ineenslaan.”

Maar de laatste weken zwelt ook de kritiek op het Belgische terreuronderzoek aan. Een voormalig lid van de politieterreurcel verklaarde begin deze maand dat zij al in 2014 „haar baas uit bed had gebeld” met cruciale informatie over Abdeslam. Haar waarschuwingen werden genegeerd.