Te weinig banen bij overheid, Klijnsma krijgt de schuld

Jette Klijnsma Foto Bart Maat / ANP

Het lukt de ministeries nog niet om het aantal afgesproken banen voor gehandicapten te leveren. En al kan staatssecretaris Jetta Klijnsma (Sociale Zaken, PvdA) daar niets aan doen en gaat het op haar ministerie juist heel goed, in de Tweede Kamer kreeg zíj woensdag stevige kritiek, omdat de overheid het goede voorbeeld zou geven.

Werkgevers, vakbonden en het kabinet hebben afgesproken dat er de komende jaren 125.000 banen bij komen voor gehandicapten: 100.000 in gewone bedrijven, 25.000 bij de overheid. De Participatiewet waarin dat wordt geregeld, komt van het ministerie van Sociale Zaken. En dat ministerie opende in 2015 een café in de hal waar gehandicapten werken. Maar het lukte de ministeries van Veiligheid en Justitie en Financiën in 2015 niet om elk honderd plekken te creëren in hun departement of bij de diensten waar ze over gaan – en dat moest wel, om het afgesproken aantal in 2023 te halen. De Belastingdienst en de politie zijn te druk met hun reorganisaties, bij de gevangenissen en rechtbanken schiet het ook nog niet op.

Het lijkt een patroon te worden. Vorige week nog kreeg Klijnsma het zwaar te verduren vanwege de chaos in de uitbetalingen van de persoonsgebonden zorgbudgetten (pgb’s), waardoor haar collega-staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid politiek uit de wind gehouden werd. En nu is het weer alsof zíj faalt.

„Dat is onterecht”, zegt Hans Spigt, die in opdracht van het kabinet werkgevers bij de overheid zover probeert te krijgen dat ze gehandicapten aannemen. „Zíj maakt die banen niet.”

Klijnsma zei woensdag dat ze de collega-ministers er nóg eens op zou aanspreken. En anders is ze bereid om te kijken naar een andere manier van tellen: als zíj op haar ministerie wat méér gehandicapten had, konden het bij de andere misschien wat minder zijn.