Mondriaans illusie van een ‘heel groote liefde’

Piet Mondriaan geloofde in ‘absolute liefde’, zoals hij ook geloofde in ‘absolute kunst’. De liefdesbrieven aan zijn vriendin Willy Wentholt, die RKD, Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, heeft verworven, getuigen van een worsteling: hun relatie voldeed niet aan zijn ideaalbeeld. Maar hij kon haar toch niet loslaten.

Brief van Mondriaan aan Willy Wentholt, 16 maart 1918: Archief Cis en Leo Heijdenrijk, RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis

De liefde tussen man en vrouw moet net zo in balans zijn als de kleuren in een schilderij, en hun rollen zo tegengesteld als de horizontale en verticale lijnen. De man moet dominant zijn, de vrouw volgend, vond schilder Piet Mondriaan (1872-1944). Maar zijn rationele opvattingen over de liefde, die in het verlengde lagen van de kunsttheorieën die hij uiteenzette in het tijdschrift De Stijl, botsten met de irrationele werkelijkheid.

RKD, Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, heeft een belangrijk archief verworven waarin onder meer 22 liefdesbrieven van Mondriaan zitten, gericht aan Willy Wentholt, een zelfstandige lerares Frans uit Amsterdam die niet voldeed aan Mondriaans ideaal maar met wie hij toch zeker vijf jaar lang (1918-1923) een knipperlichtrelatie onderhield. Het archief is afkomstig van het echtpaar Heijdenrijk-Osendarp, dat aan de basis stond van het Mondriaanhuis in Amersfoort. Onder meer het Mondriaan Fonds, het VSBfonds en de vriendenstichting van RKD betaalden mee aan de verwerving.

Mondriaan kwam tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog in contact met de 14 jaar jongere Willy Wentholt via zijn vriend Sal Slijper, die een goede afnemer van zijn schilderijen was en die net als Willy gebruikmaakte van een pension in de De Lairessestraat. Willy kwam uit een gegoede familie; haar vader Jan Wentholt was minister van Marine – in de volksmond ‘Jan Kanon’ genoemd. De geliefden namen samen dansles en gingen veelvuldig uit. Daarnaast voerden zij ook serieuze conversaties over kunst, filosofie en godsdienst. „Willy was abonnee van De Stijl en las daarin aandachtig Mondriaans geschriften over ‘de Nieuwe Beelding in de Schilderkunst’, die in maandelijkse afleveringen verschenen”, zegt Wietse Coppes, conservator bij RKD. „Hij vond haar mening over zijn kunsttheorieën heel erg belangrijk.”

Allengs wordt Mondriaans toon koeler

Tot een verloving of huwelijk kwam het niet. Al in maart 1918 werd het Mondriaan duidelijk dat hun relatie toch niet voldeed aan zijn ideaalbeeld van een ‘absolute liefde’. „Ik ben niet in jouw teleurgesteld”, schreef hij haar vanuit de kunstenaarskolonie Laren, „maar ik had eerst de illusie van een heel groote liefde. Ik ben niet zeker dat die heel groote liefde, die ik bedoel, later bij je zou komen, en daarom is ’t beter zoo. Dus we spreken er maar niet meer over, zooals je me voorstelde. Als jij ’t zelfde blijft ten opzichte van mij, zal ik nooit gesloten voor je zijn.”

Mondriaan, die sinds 1911 in Parijs woonde maar tijdens een familiebezoek in 1914 gestrand was in Nederland, omdat de oorlog begon, keerde in de zomer van 1919 terug naar Frankrijk. Willy ging niet mee. Tot 1923 bleef ze wel met de schilder corresponderen, en ze kwam ook af en toe naar Parijs. Mondriaan worstelde erg met zijn gevoelens voor haar. De ene keer uitte hij zijn verdriet dat zij niet bij hem kon zijn (als ze het al wilden, „dan zou ’t toch weer verdrietig zijn omdat ’t toch niet financieel mogelijk zou zijn”, schreef Mondriaan), de andere keer bekritiseerde hij haar omdat ze hem een foto had gestuurd waarop er een paar haartjes waren losgesprongen uit haar kapsel, en omdat ze het adres niet duidelijk genoeg had geschreven. „Maar verder heb ik niets op je aan te merken, je bent een lieve madonna en een duveltje tegelijk.”

„De antwoorden van Willy zijn niet bewaard gebleven, want Mondriaan verbrandde alle brieven die hij ontving”, zegt Coppes. In het archief dat het RKD heeft verworven zitten wel enkele foto’s die Willy haar geliefde stuurde, en daarnaast veel materiaal over andere kunstenaars van De Stijl, zoals dichter Antony Kok en beeldhouwster Ella Hoyack.

RKD neemt de 22 liefdesbrieven op in een twee jaar geleden begonnen, ambitieus digitaal project om alle brieven en geschriften van Mondriaan op internet te ontsluiten, in hun oorspronkelijke versie en in het Engels. Dit Mondriaan Editieproject wordt uitgevoerd samen met het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. „In 2017 gaan we het eerste deel publiceren”, zegt Leo Jansen, die aan het project verbonden is namens dit instituut. „Het hele project heeft een looptijd van nog zo’n tien jaar. We hebben inmiddels zo’n 1.650 documenten getraceerd, en nog steeds duiken er nieuwe op.”

Willy trouwde nooit, evenmin als Mondriaan. Zij overleed in 1957. De toon van Mondriaans brieven aan haar bekoelde allengs. In zijn laatste brief aan haar, van 6 augustus 1923, schrijft hij: „Vreeselijk jammer dat je niet in Parijs kon wat blijven maar ik begrijp nu, na ’t geen je me schrijft, dat ’t niet kon en vind ook dat je vooral niet dit jaar hier moet komen. Ik vind dat we ’t vorig jaar hier heel kalmpjes elkaar genoten hebben en kan niet begrijpen dat zoo iets je kwaad deed maar zooals je nu bent en na al dat sukkelen dezen winter in Holland moet je ’t nu vooral niet doen.”