Moederkoe en kinderkalf

Ineens heet een koe een moederkoe en is zij een per definitie treurig wezen. Want deze moeder wordt door de veehouder van haar kalfje beroofd zodra het geboren is. Omgekeerd moet deze zuigeling het doen met pseudo-moederliefde, van de boerin. De motie van de Partij voor de Dieren (PvdD) voor een wetswijziging die hier een eind aan zal maken, kreeg een meerderheid in de Tweede Kamer.

Komt er een wetswijziging dan schrijft die voor hoe lang moederkoe en kinderkalf bij elkaar moeten blijven. Dit zal het welzijn van de dieren vergroten aangezien het „natuurlijker” is – althans, dat claimen de voorstemmers.

Maar die natuur is hard. Laat kalveren bij hun moeders en de realiteit van het kuddedierenleven slaat toe. Compassie bestaat niet. Het kalf dat niet snel genoeg staat of gaat, loopt het risico van schop of trap. Is het jonge dier onvoldoende assertief bij de uier dan dreigt de hongerdood. De zwakkeling is verloren en niemand die het opraapt. Tenzij de boerin of boer ingrijpt. Maar dat is dan niet natuurlijk.

Nu is het houden van koeien sowieso onnatuurlijk. Het heeft geen zin om er sentimenteel over te doen: vele dieren leven in dienst van mensen. De koe heeft er niet om gevraagd om als melkfabriek te fungeren. En toch moet ze het. Net zo doet de poes voor de mens dienst als aai-object, bestaat de hond als beste kameraad en is de goudvis een levend schilderij. Het konijn in zijn hok is weinig meer dan een accessoire. Dat is allemaal niet natuurlijk, maar daarmee is het nog niet verwerpelijk.

De Kamer nam de koeien-motie aan op grond van emotionele argumenten. Maar wie opkomt voor de moederkoe zou zich ook het lot van de vaderstier moeten aantrekken. Helaas, deze tot eenzaamheid gedoemde spermabank is niet snoezig, dus hij maakt weinig kans op zijn wetsvoorstel. En de motie van de PvdD betreft niet de kalveren die het ongeluk hebben als stier geboren te zijn. Zij worden na een kort leven zonder daglicht geslacht omdat ze een melkgevende toekomst ontberen.

Veehouders en -houdsters hebben gelijk als zij zeggen: laat ons ons werk doen. Aangezien ze met levende have werken heeft de maatschappij het recht om toe te zien of ze het dierenwelzijn in acht nemen. De veehouders kunnen aangesproken worden als zij nieuwe inzichten negeren. Wat vandaag normaal is, kan morgen dierenkwelling zijn omdat onderzoek nieuwe en betere methoden aanreikt. Maar dat kan nooit gebaseerd zijn op de verwarring van dier en mens. De PvdD moet beter weten dan de selectieve verontwaardiging te mobiliseren.