EU heeft koudwatervrees over asieldeal

Voorafgaand aan de top die hun deal met Turkije moet beklinken, krabbelen sommige EU-leiders terug.

Foto AP

Wordt het grote gebaar aan Turkije alsnog een klein gebaar? De komende dagen praten EU-leiders in Brussel over het vorige week met Turkije gesloten principeakkoord, dat moet voorkomen dat vluchtelingen massaal naar Europa komen en verdrinken in de Egeïsche Zee. Maar de prijs die de EU moet betalen wordt hoog gevonden. „De lijst met problemen is lang”, sprak Europees ‘president’ Tusk woensdag bezorgd.

Géén deal is eigenlijk geen optie meer: bij de Grieks-Macedonische grensovergang Idomeni kunnen vluchtelingen geen kant meer op, nu de Balkanroute richting Noord-Europa op slot zit. „Het laatste wat we willen is dat Idomeni de norm wordt”, aldus Frans Timmermans, de tweede man van de Europese Commissie. Een afgezwakte deal, waarvoor sommige EU-leiders nu pleiten, is ook problematisch. Als de Turken te veel het gevoel krijgen dat de EU wel de lusten maar niet de lasten wil, kan het akkoord een papieren tijger worden. Als ze dan niet al zijn weggelopen.

Turkije bood vorige week aan om iedereen terug te nemen die nog op illegale wijze in Griekenland aankomt, op voorwaarde dat de EU een legaal ‘migratiekanaal’ opent vanuit Turkije, dat met 2,6 miljoen vluchtelingen al aan zijn taks zit. Het doel: mensen ontmoedigen om met gevaar voor eigen leven de zee over te steken, en hun tegelijk een legaal alternatief bieden. Een oplossing die al langer wordt gepropageerd door Duitsland en Nederland en die vorige week onverwacht door de Turken in een megadeal werd gegoten, met extra eisen rondom visaliberalisatie, EU-lidmaatschap en financiële hulp.

Vorige week leek het een goed idee: alles wat tot nu toe is geprobeerd heeft de chaotische vluchtelingenstroom niet verminderd. Maar met de finish in zicht slaat de koudwatervrees toe en doen EU-leiders er alles aan, ook om binnenlandspolitieke redenen, om de indruk te vermijden dat Turkije de bovenhand heeft.

Een groot struikelblok is Cyprus. Het noorden daarvan wordt sinds 1974 bezet door Turkije. Dat Turkije nu om snellere onderhandelingen over EU-lidmaatschap vraagt, ligt moeilijk bij de Cyprioten, die vinden dat Ankara hun regering moet erkennen en Cyprus ook toegang moet geven tot Turkse havens en vliegvelden. Tusk zei eerder deze week dat Cyprus in de EU „net zo belangrijk” is als Duitsland of Nederland. De Pool denkt van de nood een deugd te kunnen maken: bij het sluiten van de deal met Turkije, zei hij woensdag, wil hij ook proberen de vredesgesprekken tussen Turkije en Cyprus een zetje te geven. Een mooie, maar riskante strategie, want zonder kwestie-Cyprus is de top al ingewikkeld genoeg.

Zorgelijker is het gesleutel aan het vorige week gesloten principeakkoord. Centraal in de deal staat het principe van ‘gelijk oversteken’: voor elke vluchteling die Turkije terugneemt uit Griekenland, moet de EU er één opnemen uit het al overbelaste Turkije. Zelfs deze op het eerste gezicht redelijke uitruil, staat nu ter discussie: want wat als de Turken een miljoen mensen naar Griekenland doorlaten? Moet de EU er dan ook een miljoen opnemen? Een EU-functionaris noemde dit woensdag „een sleutelzorg” van EU-leiders.

Zo’n redenering dicht nogal wat kwade wil toe aan Turkije, en dat kan nauwelijks een goede basis zijn voor samenwerking. Toch dringen EU-leiders er nu op aan dat de uitruil in de definitieve overeenkomst wordt beperkt tot 72.000 mensen en „tijdelijk en uitzonderlijk” wordt genoemd.

    • Stéphane Alonso