Het Wildersproces in acht opzichten

1. Vrijdag begint het proces tegen Geert Wilders, wegens oproepen voor „minder Marokkanen” in maart 2014. Een regiezitting; de inhoudelijke behandeling volgt in oktober. Ik heb er mijn eigen PVV-archief even bijgepakt.

2. Terecht voeren mensen, lijkt me, het principiële bezwaar aan dat politieke opvattingen geen onderwerp van vervolging, maar van debat, horen te zijn.

3. Feit is ook dat de PVV de mogelijkheid onbenut liet dit te regelen. Kamerlid Martin Bosma verdedigde vanaf januari 2013 een PVV-initiatief dat beoogde groepsbelediging en aanzetten tot haat en discriminatie uit het strafrecht te schrappen. Zou dit voorstel zijn aanvaard, dan was Wilders’ vervolging onmogelijk geweest. Maar na de indiening stak Bosma, binnen de PVV vaak voor lui versleten, nooit een vinger naar dit PVV-initiatief uit.

4. Wilders wist meteen dat zijn ‘minder Marokkanen’-oproep op het randje was. Kort nadat hij de uitspraak voor het eerst deed, 12 maart 2014 tegen de NOS, liet hij partijgenoten weten twijfels te hebben. „Had ik dit wel moeten doen?”, zei hij volgens een getuige in kleine PVV-kring.

5. Hierna ontstond, behalve in de maatschappij, ook onrust in zijn partij. Twee Kamerleden, de Europese delegatieleider, Wilders’ persoonlijk medewerker en talrijke Statenleden stapten uit de PVV toen Wilders de oproep op de avond van de gemeenteraadsverkiezingen, 19 maart, herhaalde. Dit nadat een PVV-fractiemedewerker het PVV-publiek in het Haagse grandcafé De Tijd vooraf aanspoorde „minder minder” te scanderen na Wilders’ oproep: de ophitsende sfeer werd bewust gecreëerd.

6. PVV’ers vroegen zich af waarom hun leider het „minder minder” die avond moedwillig herhaalde. Hun analyse: Wilders wilde per se niet dat zijn partij lokaal zou gaan besturen. Feit is dat zijn uitspraken dit effect ook sorteerden.

7. Wilders hield altijd rekening met vervolging. In een verslag van strategisch overleg in de PVV-top, april 2014, ging het al over „het aan de kaak stellen van vooringevulde aangifteformulieren” met als „doel: aantonen er is geen sprake van een eerlijk proces’’. Vorige week verschenen ook berichten van die strekking.

8. Politiek gaat bij Wilders vooral over zeggen, zelden over doen, en die vertekening zit ook in deze zaak: vergeten wordt vaak dat Wilders’ oproepen amper praktische betekenis hadden. Ze werden gedaan rond verkiezingen waaraan zijn partij in slechts twee (Almere en Den Haag) van de 403 gemeenten meedeed. Hij zei 19 maart te zullen „regelen” dat er minder Marokkanen zouden komen – maar heeft hiertoe in de Kamer nooit een concreet initiatief genomen.