Furieuze en vreugdevolle vrouwenrock

De gebalde vuist op de hoes van hun tweede album Adore Life staat voor de gebundelde kracht die de vier vrouwen van de Engelse groep Savages naar het rockpodium brengen. Met de intensiteit van een metalgroep brengen ze muziek met een subtiele onderlaag: geen powerakkoorden op de gitaar maar zwierige melodielijnen bij een in galm gedrenkte stem die furieus klinkt zonder geforceerde stembanden.

Het punkvuur van Patti Smith en de statige new wave van Siouxsie & the Banshees zijn de meest voor de hand liggende referenties. Op het podium voegt Savages daar een nieuwe dimensie aan toe, door de enorme wilskracht en levensvreugde waarmee deze schijnbaar fragiele vrouwen geloven in hun eigen kunnen.

Zangeres Jehnny Beth is een dynamische frontvrouw met het gracieuze van een balletdanseres, het trefzekere van een discuswerper, de schijnbewegingen van een bokser en de dwingende podiummanieren van een vrouwelijk Iggy Pop. Ze bracht de uitverkochte Melkweg in extase bij een indrukwekkend rockritueel. Op de handen van het publiek kluunde ze de zaal in, om crowdsurfend terug naar het podium te gaan.

Savages’ muziek had al het vuur, alle slagkracht en driemaal de sensualiteit van een gewone rockband.