Extreem-rechts heeft het tij mee

Vrijdag demonstreert Pegida Nederland bij de regiezitting van het Wildersproces en zaterdag tegen een azc. Sommige betogers zijn alleen boos of bezorgd, anderen zijn extreem-rechts te noemen.

Edwin Wagensveld van Pegida gebruikt varkensmaskers en een hakenkruis (in een prullenbak) om aandacht te trekken. foto robin utrecht

Bij demonstraties heeft Edwin Wagensveld altijd een tandenborstel bij zich. Die speldt de leider van de van oorsprong Duitse protestbeweging Pegida als een broche op zijn jas. „Ik ben bereid de bak in te gaan voor onze zaak, zeg ik daarmee.” Dat gebeurde vorige maand ook. Bij een protest tegen de asielopvang in Ede droeg Wagensveld een varkensmuts, die hij weigerde af te zetten. De week erna werd hij in Amsterdam opgepakt vanwege het Pegida-logo waarop onder meer een hakenkruis in een prullenbak wordt gegooid. De politie had tevoren al gewaarschuwd dat het spandoek tot arrestatie zou leiden. Opnieuw liet Wagensveld zich lachend afvoeren. Het is voor Pegida Nederland een succesvolle manier om aandacht te genereren: tegen de „islamisering” van Europa en tegen asielzoekerscentra.

De arrestaties van Wagensveld leggen de spanning bloot rondom azc-protesten. Er gelden vaak noodverordeningen tijdens de demonstraties, waardoor de politie sneller aanhoudingen mag verrichten.

„Gemeenten weten vaak niet hoe ze de protesten moeten duiden”, zegt Willem Wagenaar van de Anne Frank Stichting. Hij doet onderzoek naar racisme en extremisme en volgt het azc-protest. Zijn de demonstranten „bange, boze of bezorgde burgers” of zijn het leden van extreem-rechtse bewegingen die wellicht nauwlettender in de gaten gehouden moeten worden?

Pegida Nederland is een van de landelijke bewegingen die de laatste maanden demonstreerden tegen azc’s en „het lokale verzet” willen ondersteunen. Vrijdag demonstreert de groep voor vrijheid van meningsuiting bij het Justitieel Complex Schiphol, waar dan de regiezitting van het proces tegen Geert Wilders zal zijn. Zaterdag gaat de actiegroep naar Utrecht om zich te voegen bij een lokaal protest tegen een azc.

Onderzoekers die het azc-protest volgen, zien banden tussen Pegida Nederland en extreem-rechts. De eerste Pegida-demonstratie in Utrecht is aangevraagd door een lid van Identitair Verzet, zegt de Antifascistische Onderzoeksgroep Kafka. Identitair Verzet wordt door de AIVD als extreem-rechts betiteld. Bij demonstraties lopen ook „extreem-rechtse types” van andere organisaties rond, zegt onderzoeker Sarah de Lange van de Universiteit van Amsterdam.

Helemaal niet extreem-rechts

Edwin Wagensveld zegt dat Pegida helemaal niet extreem-rechts is. „Er lopen mensen mee bij demonstraties die misschien lid zijn van groeperingen zoals de Nederlandse Volks-Unie, maar in de leiding zit nu niemand van zo’n organisatie.” Wagensveld wil niet dat mensen die mogelijk extreem-rechtse bewegingen steunen, zich tijdens Pegida-demonstraties profileren. „Geen flyers uitdelen, bijvoorbeeld.” Onlangs plaatste hij een filmpje op zijn Facebookpagina waarin hij zich uitspreekt tegen Dutch Self Defense Army (DSDA), een nieuwe groep die ook tegen azc’s demonstreert. Zij dragen een uniform en keuren geweld niet af. „Dan houdt het op.”

„Wat is extreem-rechts nou eigenlijk”, vraagt Wagensveld zich af. „In Nederland wordt extreem-rechts vaak gekoppeld aan de Tweede Wereldoorlog en dat je tegen Joden bent. Dat zijn wij zeker niet. Het is een moeilijke definitie. Links vindt mensen die tegen vluchtelingen zijn al snel extreem-rechts.”

Demonstranten Tegen Gemeente (DTG) is een andere anti-azc-groep. Ruim een week geleden bracht een deel van de leiding van de groep naar buiten dat de groep was opgeheven na onenigheid over de koers. Maar een deel van DTG gaat nu toch onder die naam door. In de vorige leiding zaten mensen die vroeger bij de NVU hebben gezeten. DTG noemt zichzelf niet extreem-rechts. Maar dat er mensen met een extreem-rechtse achtergrond meededen met demonstraties, wilden zij ook niet per se voorkomen. „We hebben een gemeenschappelijk doel”, zei voormalig woordvoerder Benno Wilmink eerder tegen NRC.

Extreem-rechts in de definitie

„Over wanneer iemand extreem-rechts is, zijn dikke boeken volgeschreven”, zegt Willem Wagenaar. „Binnen ons onderzoek noemen wij groepen extreem-rechts als ze onderscheid maken tussen de ‘eigen groep’ en de ‘vreemde groep’ op etnische gronden én ze een wens hebben tot een autoritaire staatsvorm.” Sommige definities gaan ervan uit dat extreem-rechts ook antisemitisch moet zijn. De Lange: „Dat vind ik een te nauw begrip, omdat niet alle extreem-rechtse organisaties iets met het nazisme hebben.”

Onderzoek naar extreem-rechts in Nederland heeft volgens De Lange lang stilgelegen omdat er weinig aan de hand was. Tot de vluchtelingencrisis. „Groepen als de NVU en Voorpost waren heel lang heel klein. Een paar keer per jaar organiseerden ze demonstraties, maar dan slaagden ze er amper in om mensen te mobiliseren. Nu mengen bestaande extreem-rechtse bewegingen zich in verschillende protesten, waardoor ze zichtbaarder worden.” Zichtbaarheid kan volgens De Lange tot groei leiden. Nu zie je vooral dat het voor „gewenning aan het fenomeen” zorgt. „De maatschappelijke tegenreactie is minimaal.”

Wagenaar constateert dat de scheiding tussen ‘bezorgde burgers’ en extreem-rechts door het azc-verzet afgelopen maanden minder duidelijk is geworden. „Je ziet in toenemende mate dat ‘schotten’ verdwijnen.” hij bedoelt daarmee de afstand die de samenleving houdt tot extreem-rechtse organisaties. „In [de Arnhemse wijk] Elden zag je begin dit jaar dat de Nederlandse Volks-Unie het lokale protest tegen een azc overnam.” Inwoners verzetten zich in eerste instantie tegen een samenwerking, maar mensen van het lokale burgerinitiatief werkten samen met de NVU. Jaap van Beek (Kafka): „Dat is een situatie die vrijwel nooit eerder is voorgekomen.”