De islam, de paashaas en tietjes

Reclamemaken is op eieren lopen, zeker nu de politiek zich over paaseieren uitlaat. Niet de islam, maar die verkramptheid maakt ons landje truttiger.

Over de leegloop van de kerken zul je geen PVV’er horen, maar als een Hema-foldertje je een vrolijk voorjaar in plaats van Pasen wenst, is dat een aanslag op de fundamenten van onze joods-christelijke cultuur. Dat is minder komisch dan het lijkt. Onze religieuze kalender is immers vervangen door een commerciële. Religieuze feestdagen werden vrije dagen met het aanjagen van de consumptie als primair doel – cadeaus, meubelboulevards, popfestivals – en de winkel heeft de identiteitsbepalende functie van de kerken overgenomen.

Neem die AH-moestuintjes. Die pr exploiteert de ‘drukke stedelingen met kinderen die eigenlijk wel meer contact met de natuur zouden willen’. Het merk is onze nieuwe kerk, en dus ook het domein van nieuwe geloofstwisten. Spleten kerken een eeuw terug nog uiteen rond de vraag of de slang nu wel of niet sprak, tegenwoordig is er enorme beroering rond de vraag of paaseieren ‘verstopeieren’ noemen een knieval is voor het kalifaat.

Die arme reclamedrommels van de Hema hebben er natuurlijk helemaal niet bij stilgestaan. Binnenin heet alles gewoon Pasen, en de folder is tot in april geldig, als die paashaas allang is opgekrast naar z’n eigen hol. Maar nu de PVV, GeenStijl, en de VVD-fractievoorzitter verklaard hebben dat de Hema knielt voor de islam is alles veranderd. Vanaf nu neemt elke paasfolder onvermijdelijk een ideologische positie in, zoals ook met de sintfolders is gebeurd.

Het merk is onze nieuwe kerk, en dus domein van twisten

Reclame maken is vanaf nu op eieren lopen. Een te zwarte Piet zweept de racismepolitie op, een te witte de kogelbriefschrijvers. Meisjes met speelgoedstofzuigers maken de feministen ziedend, het omgekeerde trapt weer op conservatieve teentjes. Het gevolg zagen we afgelopen december. Krampachtig uitgebalanceerde folders: een paar jongens met stofzuigers, en een paar meisjes met gereedschap.

Godsamme, wat zijn wij een truttig landje geworden.

Zet een negerin op een reclameposter en half Nederland is ziedend. Zet er géén negerin op en ze zijn ook ziedend. Schrijf negerin en ze zijn ziedend. Recenseer te weinig vrouwen in je boekenbijlage en de Lezeres des Vaderlands tikt je op je neus. Zet tietjes op de cover van je universiteitsblad en het bestuur trapt je de schappen uit. Met als gevolg dat de ophef juist weer van de andere kant komt. Zeg tietjes en ze zijn ziedend.

Zo manoeuvreren we ons allemaal in patstellingen waar spontaniteit en creatieve vrolijkheid doodslaan onder de panische angst voor represailles die inmiddels uit werkelijk elke hoek dreigen. Dat, en niet de islam, is ons gevaar. Stikbenauwd is iedereen om publiekelijk gelyncht te worden om één onvertogen woord, één foute grap, één verkeerd reclamesymbool. Dat is waardoor we zo’n truttig landje zijn geworden, en niet door de islam, niet door de moslims, die helemaal niet allergisch zijn voor paaseitjes of tietjes. En voor die enkele mafkees die dat wel is, bestaat een krachtiger antwoord dan de digitale lynchpartij: hem uitlachen, zo vrolijk als het voorjaar.

    • Christiaan Weijts