Lekte de Europese Commissie wel of niet saillante informatie?

Was er echt een geheime ‘informele meeting’ op zondag 11 januari 2015 tussen een ambtenaar van de Europese Commissie en een lobbyist van autobranchevereniging ACEA? En zo ja: heeft de ambtenaar toen bijzondere voorkennis gedeeld over nieuwe uitstoottesten, waarmee fabrikanten hun lobbystrategie konden bepalen?

Het antwoord is net zo onduidelijk als de lobbypraktijken zelf. Uit een document van ACEA dat de Brusselse lobbygroep Corporate European Observatory (CEO) in handen kreeg lijkt twee keer ja. Het document uit februari vorig jaar is een presentatie aan ACEA-leden en gaat over real driving emissions, de nieuwe praktijktest die onder meer stikstofoxiden-uitstoot (NOx) meet. Een heikel onderwerp, want veel auto’s voldoen op de weg niet aan de NOx-norm.

In het document staat wat de autolobbyist op 11 januari te horen kreeg van de ambtenaar, namelijk tot welke compromissen de Commissie bereid is. Die standpunten conflicteren met de officiële standpunten die de Commissie toen uitdroeg. Het gaat onder meer over toegestane foutmarge van de tests en de positie van lidstaat Spanje.

Pascoe Sabido van CEO publiceerde het stuk en sprak betrokkenen. Hij vindt het document weer een bewijs dat de Commissie en de industrie te dicht op elkaar zitten. „ACEA was bereid om meer toe te geven. Maar dat hoefde niet, omdat de Commissie al liet weten waar het mee in zou stemmen.”

Andere betrokkenen trekken de lezing van CEO in twijfel. Wat de ambtenaar toen zou hebben verteld, was al algemeen bekend.

De Europese Commissie laat weten dat het document als een „verrassing” komt en dat het niets weet van een ontmoeting op 11 januari. Dat zegt ACEA ook. „Er was helemaal geen geheime ontmoeting op zondag 11 januari”, zegt de woordvoerder. Op de vraag of die dan op een andere dag was: „Er zijn zo vaak ontmoetingen tussen ACEA en de Commissie. Dit zijn normale procedures.”

    • Carola Houtekamer