Alles voor hun Thaise vrouwen

Woensdag stond een justitiebeambte terecht. Hij sluisde duizenden euro’s weg om de gokschulden van zijn vrouw te betalen.

Foto: Roos Koole / ANP

Een kwestie van misbruik van vertrouwen. Zo noemt het Openbaar Ministerie de fraude van voormalig OM-medewerker Rob F. Van 2012 tot 2015 sluisde hij als medewerker van het OM in Rotterdam bijna vijf ton weg door opdrachtformulieren voor uitbetaling van slachtoffers te vervalsen. Deze woensdagochtend staat hij voor de rechter.

Rob stond met zijn koffer bij de bushalte toen hij drie maanden geleden werd aangehouden. Hij was op weg naar zijn vrouw in Thailand, voor vakantie. „Ik wist natuurlijk wel dat ik op een gegeven moment tegen de lamp ging lopen”, zegt de 59-jarige Rob tegen de rechter. „Het verbaasde me eigenlijk dat het zo lang goed ging.”

Het begon allemaal bij zijn Thaise vrouw, vertelt Rob. Door haar gokverslaving had zij een hoop schulden bij Chinese maffia in Den Haag. En Rob had zelf ook schulden: op zijn inkomen was een paar jaar eerder al beslag gelegd, hij kwam met moeite rond.

In zijn werk zag hij dagelijks grote bedragen in beslag genomen geld langskomen, die schijnbaar aan niemand toebehoorden. Op een gegeven moment, hij weet zelf niet precies meer wanneer, begon hij die bedragen toe te schrijven aan fictieve slachtoffers en over te maken op rekeningnummers van Thaise vriendinnen van zijn vrouw. Die gaven het geld vervolgens contant aan Rob. Zij wilden helpen de gokschulden te vereffenen. „Een Thai helpt een Thai”, zegt Rob.

Tientallen duizenden euro’s

Robs vier jaar jongere broer Alex kwam ook te hulp. Via de slachtofferconstructie maakte Rob tientallen duizenden euro’s over op de gezamenlijke rekening van Alex en zijn vrouw – op naam van zijn vrouw, zodat de naam van Rob en Alex erbuiten zou blijven. De broers verdeelden het geld fiftyfifty. Alex had ook schulden die hij moest afbetalen. „Een waterdicht plan”, had Rob tegen Alex gezegd. De pakkans was „nihil”.

Nu zitten de broers samen in het verdachtenbankje. Twee kleine, gedrongen figuren, allebei kalend met grijs stekeltjeshaar, allebei een Rotterdamse tongval.

Rob werkte al sinds 1977 bij het OM. Hij was de „vraagbaak” van de afdeling beslagleggingen, een gewaardeerd medewerker. Collega’s die wisten van zijn schulden namen wel eens kleding voor hem mee, of een maaltijd die hij ’s avonds kon opwarmen.

Hij begon land te kopen

Maar toen de schulden eenmaal waren afbetaald, hield Rob niet op met wegsluizen. Hij begon stukken land te kopen in Thailand, een restaurant voor zijn vrouw. „Een vreetschuurtje”, zegt Rob, „met een paar tafeltjes en stoeltjes”. Ook Alex begon van alles te kopen voor hem en zijn vrouw: ieder een Apple Watch, iPads, een Macbook Pro. En een businessclassticket naar Thailand toen ze tien jaar getrouwd waren.

Pas eind vorig jaar kwam Robs fraude aan het licht bij een interne controleronde. Volgens Rob werd op de afdeling geen vier ogen-principe gehanteerd, waardoor hij ongestoord zijn gang kon gaan. Rob was zelf degene die jaarlijks de beslaglijsten moest controleren.

Bij het OM is de fraude „snoeihard” aangekomen, zegt de officier. „Rob heeft de positie die hij binnen het OM had verworven keer op keer misbruikt.” Alle vrienden en kennissen die hebben meegewerkt door een rekeningnummer aan Rob te lenen, negen mensen in totaal, zijn ook verdacht en zullen worden gearresteerd. Na de ontdekking zijn de interne procedures bij het OM aangescherpt.

Tegen Rob eist het OM 36 maanden celstraf, tegen zijn broer Alex 18 maanden. 30 maart doet de rechter uitspraak.

En hoe zit het met de Thaise vrouwen van Alex en Rob? Die van Alex is boos. Zij wist niets van de fraude en hoeft de twee voorlopig niet meer te zien. De vrouw van Rob is druk in de weer met haar nieuwe restaurantje in Thailand. Zij wacht tot Rob zijn straf heeft uitgezeten en bij haar in Thailand komt wonen. De officier oppert dat Rob het restaurant misschien beter kan verkopen, om een begin te maken met het terugbetalen van het weggesluisde geld. Daar had Rob nog niet over nagedacht. „Maar daar moet ik het inderdaad maar eens met d’r over gaan hebben.”