Zo schep je juist werk voor mensensmokkelaars

Het politieke akkoord tussen de EU en Turkije maakt geen einde aan de mensensmokkel, schrijft Yaël Vinckx. „Integendeel.” 

Foto Reuters

Op 20 januari kondigde premier Rutte aan dat het aantal vluchtelingen zou worden teruggebracht – het liefst naar nul. Zal het hem lukken? Vorige week bereikten de EU en Turkije een politiek akkoord. Het schrijft voor dat vluchtelingen die illegaal de Europese buitengrens over komen, bijvoorbeeld in een bootje vanuit Turkije, worden teruggestuurd naar Turkije. Europa neemt op zijn beurt voor iedere teruggestuurde Syrische vluchteling een ándere Syrische vluchteling over van Turkije. Die komt per vliegtuig, veerboot of bus; in ieder geval niet in een gammel bootje van een mensensmokkelaar.

„De mensensmokkelaars zullen een ander vak moeten gaan zoeken”, zei Rutte trots. Maar het akkoord zal mensensmokkelaars helemaal niet brodeloos maken. Integendeel. Ze zullen hun prijzen verhogen en hun routes verleggen, via Albanië naar Italië. En die route is gevaarlijker dan de oversteek over de Egeïsche Zee.

Smokkelroutes hebben zich altijd verlegd. In de jaren tachtig, Schengen was nog niet geratificeerd, staken grote groepen Sri Lankanen de Duits-Nederlandse grens over. De marechaussees stonden er ’s nachts met hun infraroodcamera’s beduusd naar te kijken. In 1993 ratificeerde Nederland het Schengenverdrag en prompt verlegden de routes zich – dit maal verder naar het oosten. In Tsjechië reisden vluchtelingen in hangmatten van staaldraad onder de trein. In Polen zwommen ze de rivier de Oder over. In het zuiden was Istanbul destijds het doorgangshuis voor smokkelaars en gesmokkelden. Onder druk van het recente politieke akkoord, dat deze week op tafel ligt bij de EU-top in Brussel, dreigen mensensmokkelaars opnieuw hun terrein te verleggen – naar Albanië.

Tussen 1999 en 2004 was ik correspondent op de Balkan. Zo kwam ik in de haven van Dürres terecht. Daar lagen talloze speedboten met enorme motoren. ’s Nachts zetten Albanese mensensmokkelaars daarmee asiel- en gelukszoekers over naar Italië. Soms trad de politie op, en altijd was dat halfslachtig. Albanië is een van de corruptste landen in Europa. Even verplaatste de smokkel zich dan naar het noorden van Albanië, waar gezag nagenoeg afwezig is en waar clans heersen. Zij vullen hun inkomsten al eeuwenlang aan met de opbrengsten uit smokkel en roverij.

Nog verder naar het noorden ligt Montenegro, dat zo woest is dat de bestrijders van mensensmokkel er helemaal het nakijken hebben.

De gedachte dat de vluchtelingen die nu worden opgepakt op hun tocht naar een van de Griekse eilandjes en naar Turkije worden teruggestuurd, ook in Turkije zullen blijven, is naïef. Afhankelijk van de financiële mogelijkheden zal een vluchteling of migrant altijd de plek zoeken waar hij denkt het beste af te zijn – en dat is niet Turkije.

Toch is er een lichtpuntje. Het verleden biedt ook hoop. In 1993 stonden Bosniërs en andere ex-Joegoslaven bovenaan de vluchtelingenlijsten, gevolgd door Somaliërs en Sri Lankanen. Nu is het aantal Bosnische en Sri Lankaanse asielzoekers nagenoeg nul. Niet omdat we een metershoog hek om Europa hebben gebouwd, maar omdat de oorlogen daar zijn beëindigd.