Wereldse arts redt verkrachte nonnen

In ‘Les Innocentes’, over nonnen getraumatiseerd door verkrachting door soldaten, botsen seculier en spiritueel.

De Franse arts Madekeine Pauliac, (Lou de Laâge, rechts) in Les Innocentes

Het was best een surrealistische, fellineske situatie, die voorstelling in het Vaticaan. In december vertoonde regisseur Anne Fontaine haar speelfilm Les Innocentes aan zo’n honderd kardinalen, bisschoppen en andere prelaten. „Na afloop pakte een aartsbisschop een microfoon voor een heel professionele analyse. Hij noemde mijn film ontroerend en therapeutisch.”

De Franse regisseur Anne Fontaine, die ik spreek in Parijs, heeft alle begrip voor de nieuwsgierigheid van de Roomse curie. Les Innocentes speelt zich namelijk af in een Pools nonnenklooster eind 1945, vlak na de oorlog. De film is gebaseerd op dagboekaantekeningen van de Franse arts Madeleine Pauliac (Lou de Laâge), een communist actief in het verzet. Voor het Franse Rode Kruis repatrieerde zij na de oorlog Fransen uit Polen en stuitte ze bij toeval op een nonnenklooster waar Sovjetsoldaten gruwelijk hadden huisgehouden: twintig nonnen waren vermoord en vijfentwintig verkracht, vaak tientallen malen. Vijf nonnen waren zwanger en ervoeren dat als een schande. Madeleine hielp ze zo discreet mogelijk.

In Les Innocentes is de relatief wereldse non Maria (Agata Buzek) Madeleines bondgenoot: ze was ooit koket, zegt ze, en noemt haar geloof „24 uur twijfel op een seconde hoop”. Lastiger is de formidabele moeder-overste (Agata Kulesza, aanklager Wanda in die andere Poolse nonnenfilm, Ida), die een daad van gruwelijke katholieke zelfverloochening begaat om het schandaal verborgen te houden. Geschoten in een bouwvallig Pools klooster, hartje winter, geeft Fontaine haar film een sinistere, kille intensiteit. Maar hoe meer Madeleine het klooster openbreekt, hoe meer warmte de film binnensijpelt. Iets te nadrukkelijk wellicht: de Franse filmmaker Anne Fontaine is niet zo van de subtiliteit.

In Fontaines werk staat de vrouw centraal: zie Coco Before Chanel (2009), het ongemakkelijke Two Mothers (2013) – over twee vriendinnen die elkaars zonen verleiden – en Gemma Bovary (2014). Zelf ziet zij Les Innocentes vooral als botsing tussen twee werelden: Madeleine, praktisch en wetenschappelijk ingesteld, versus de nonnen, spiritueel en ietwat hulpeloos vervreemd van wereld, eigen lichaam en emoties. Maar kritiek op het geloof is dat niet, vindt Fontaine. Zelf is ze afkomstig uit een katholiek nest: twee tantes waren non. Ter voorbereiding bracht ze enkele weken door in een benedictijns klooster, een „tijdloze zone met heel strikte discipline en zelfdiscipline”. Ze ontmoette er gelukkige mensen met open geest, en filmliefhebbers. „Een monnik bleek zelfs fan van mijn film Two Mothers!”

Is Les Innocentes dan een botsing tussen een gesloten, stellig en streng katholicisme, zeg maar dat van paus Benedictus XVI, versus de meer open kerk die de huidige paus Franciscus voorstaat? Fontaine: „Dit gaat over mensen in Polen 1945, niet over stromingen. Al ben ik best benieuwd wat de paus ervan zou vinden. Hij was er helaas niet bij in het Vaticaan.”