Polis bij God via de balken in huis

Opschriften in de balken van vakwerkhuizen vertellen over de geschiedenis van Zuid-Limburg.

Balk uit vakwerkhuis in Bingelrade 1765, ‘Dit huis staat hier in Gods hand. God, bewaar dit huis voor vuur [veeziekte] en brand.’ Foto uit besproken boek

Met guts en beitel brachten timmerlui eeuwenlang teksten aan in de balken van ‘vakwerkhuizen’. Deze huizen of schuren bestaan uit een skelet van balken, de tussenruimtes zijn met leem gevuld. Dankzij de teksten droeg de skeletconstructie de trots van de bouwers uit, die hun naam en het bouwjaar lieten vermelden. En het waren volgens vakwerkdeskundige Coen Eggen assurantiën avant la lettre. „Bewoners probeerden de bescherming van De Grote Verzekeraar af te dwingen.” Dat leidde tot opschriften zoals in het Limburgse Voerendaal: „Dieses Haus steit in Godes Handt / Got bewar es vor scat und brandt.” Soms was er ruimte voor ironie, zoals bij een vroeg zestiende-eeuwse boerderij in Doenrade: „Das haus es klein gebut, en fast, omdat een grot mi nit en past.

„Leem en hout geworden mentaliteitsgeschiedenis” noemt Eggen de vakwerkhuizen en -schuren. Zijn boek over de eeuwenoude manier van bouwen is het resultaat van vier decennia bemoeienis met panden en hun geschiedenis. De interesse ontstond toen hij in de jaren zeventig volksverhalen verzamelde in Zuid-Limburg. De tijd dat veel vakwerkhuizen „op gruwelijke en onherstelbare wijze, want zonder gevoel” werden gerestaureerd.

Ooit werd in heel Nederland in vakwerk gebouwd. Maar in de dichtbevolkte delta was het hout eerder op en de klei voor baksteen overvloedig aanwezig. In een streek als Zuid-Limburg was dat minder het geval en werd tot ver in de negentiende eeuw volgens de oude methode gebouwd.

In de tijd dat de balken van tekst werden voorzien waren bewoners en timmerlui vaak nog hele en halve analfabeten. De weinige geletterden, zoals geestelijken, leverden teksten aan. Eggen: „Je ziet het aan schrijffouten of een letter ‘N’ die verkeerd om staat.”