Onvermogen

Bij ongemakkelijke situaties had je aan mijn vader een goede. Bij een van de weinige gelegenheden dat hij in het openbaar moest spreken, zag ik hem op weg naar het podium een serveerster en met haar een koffiekarretje met kopjes koffie omver lopen. Dat hij vervolgens deed alsof er niets gebeurd was, verhoogde het ongemak. Hij haalde de schouders op, hield een praatje en verdween. In de auto zei hij dat hij het een leuke avond had gevonden, de nachten daarna lag hij wakker.

Zaterdagochtend was de rouwdienst voor de vader van een vriendin. Het rouwcentrum in Geleen was niet alleen vanwege de afstand een andere wereld. Er was van de overledene gehouden, heel veel zelfs, maar gemakkelijk was dat niet geweest.

Op de eerste rij zaten zijn kinderen en kleinkinderen met wie hij geen of moeilijk contact had, daarachter de vrouw met wie hij de laatste jaren was en haar entourage.

Er volgde een samenvatting van een leven vol onvermogen, spanningen, ruzies en verwijdering van bijna iedereen die van hem hield. Een van de dochters zei dat ze het samen rommelen in de schuur bijzonder had gevonden, zijn prestaties als klusser werden geprezen. Misschien juist daardoor bleef vooral het menselijk tekort in de lucht hangen. Het werd er – onbedoeld – extra diep ingewreven door een van de kleinkinderen van zijn vriendin, voor wie hij wel een opa was geweest.

Als dit een restaurant was, zou je tegen de ober willen zeggen dat hij moest stoppen met opscheppen, maar dat ging niet: de pan moest leeg. De zoon van de vader kwam happend naar lucht tevoorschijn met een gitaar. Het lied dat hij zong, kwam uit de tenen, de opluchting die hij daarna met een zucht liet ontsnappen, was voor iedereen voelbaar.

Bij de ‘koffietafel’ zaten we als ‘vrienden van’ voorzichtig naar woorden te zoeken voor wat we hadden meegemaakt. Schuin achter ons die andere familie als een klont rondom een hangtafel.

Alsof hij nog niet genoeg van zichzelf gegeven had, stond de zoon van de vader daar opeens weer. Hij spreidde de armen en zei dat hij ze rondom die hangtafel allemaal een knuffel wilde geven. Het was een gebaar waarin alles zat: liefde, vergevingsgezindheid en machteloosheid. Een jongen in een leren jas tikte een sigaret uit een pakje en maakte zich snel los van de klont.

Ik durfde niet meer te kijken en beet mezelf vast in een stuk Limburgse kruimelvlaai. Als ik mijn vader was geweest, was ik een koffiekarretje omver gaan lopen.