Ons nationale troetelstuk

Merlijn Kerkhof schrijft iedere woensdag over de schoonheid van klassieke muziek. Luister delen uit de Johannes-Passion in zijn Spotify-playlist: nrch.nl/3puf

Ik heb al een Bach-koekjessteker voorbij zien komen, er is een Matthäus-glossy op de markt met Bach als een soort Obama op de cover en zo ongeveer elk tv- of radioprogramma maakt er een item over. Het duurt nog negen dagen voordat het Goede Vrijdag is, maar Nederland is al zeker een dikke week in de ban van de Matthäus-Passion, ons nationale troetelstuk. De Matthäus-traditie neemt met honderden uitvoeringen zulke grote vormen aan dat je misschien beter kunt spreken van een Matthäus-industrie.

Ook wie zich eraan probeert te onttrekken, wordt op zijn wenken bediend, want in de slipstream van de Matthäus-gekte worden er altijd wel passie-alternatieven aangereikt. Er zijn genoeg andere bijzondere passies om eens uit te proberen, deze nawinterdagen. Maar hoe mooi de passies van Telemann, James MacMillan, Penderecki en Calliope Tsoupaki mogen zijn, het beste Matthäus-alternatief is toch echt van… Bach.

De Johannes-Passion is de oudere, maar kleinere broer van de Matthäus. De Johannes is de Ids Postma achter Rintje Ritsma, al is de Johannes sneller klaar – het is een vlotter en compacter werk. De Johannes is in Nederland lang niet zo geliefd, maar is ze ook minder goed? Ik denk van niet.

In 1724 voerde Bach het stuk voor het eerst uit. Hij zou het nog een paar keer aanpassen, wat ingrijpender dan hij bij zijn andere bewaard gebleven passie deed (een Lukas-Passion ging verloren, van een Markus-Passion hebben we alleen de tekst nog). Net als de Matthäus bestaat het uit Bijbeltekst (uit het evangelie van Johannes, maar stiekem ook wat tekst uit het boek Matteüs), uit poëzie (anders dan in de Matthäus-Passion van verschillende auteurs) en koralen – de door Bach bewerkte lutherse kerkliederen die inhaken op de gebeurtenissen. Het lijdensverhaal wordt grotendeels ‘verteld’ door een tenor (de ‘evangelist’) – tot zo ver de overeenkomsten.

Het grote verschil? De Matthäus biedt met al die mooie, maar lange aria’s meer ruimte voor bespiegeling. In de Johannes word je geraakt door de rauwe actie.

Dat betekent niet dat er geen bloedmooie aria’s in zitten. Es ist vollbracht, waarin treurnis en blijdschap om voorrang vechten. Mein teurer Heiland, lass dich fragen dan, de bas-aria waar Bach zoals alleen hij dat kon een koraal doorheen vlocht. Over die koralen gesproken: die zettingen zijn vaak net wat origineler dan bij de Matthäus. In meines Herzens Grunde of het slotkoraal Ach Herr, lass dein lieb Engelein winnen het makkelijk van O Haupt voll Blut und Wunden. Daarom is het stuk eigenlijk leuker om als koorzanger te zingen – en je hoeft minder lang stil te zitten ook. Voor Bach-liefhebbers met weinig zitvlees is de Johannes absoluut de beste keus.