Column

’n Testosteronbom voor de rechter

Als Mansour een testosteronbom is, dan toch de ielste ter wereld. De Iraniër is 1.60m lang en draagt een vestje met het logo van het Utrechts maatschappelijk werk op zijn rug. „Ik heb menswetenschappen gestudeerd”, zegt hij om zijn zaak te bepleiten. Asterix zonder toverdrank.

Twee maanden geleden heeft hij zijn buurman in de noodopvang in het Utrechtse Kanaleneiland in het gezicht gestompt. Twee mannen hadden ruzie om een openstaande kamerdeur. Mansour was op het lawaai afgekomen en kreeg, zei hij tegen de politie, een klap in zijn gezicht van een van de mannen, die een groot houten kruis in zijn hand hield.

„Nepchristen”, had Mansour geroepen. „Voordat je hier kwam was je nog moslim. Je denkt zeker met je kruis meer kans te maken.”

Net toen Mansour terugsloeg, kwam er een bewaker van het COA binnen. De ‘nepchristen’ had naar Mansour gewezen: „Hij is een extremist.”

Nu staat Mansour trillend voor de rechter. Uit het dossier blijkt dat hij is doorgezaagd over zijn extremisme, maar dat was onbewijsbaar. Blijft over de ‘droge klap’.

„Ik heb onbewust geslagen”, zegt hij tegen rechter Eelkema. „Ik heb er spijt van.”

„Meneer is hier te gast in Nederland”, zegt officier van justitie Esbir Wildeman en in zijn requisitoir resoneert de volksachterdocht tegen asielzoekers uit de Oriënt en of die zich wel kunnen gedragen in Nederland. „Beseft u wel dat het signaal dat van zo’n mishandeling uitgaat, kwalijk is? En dan speelde er mogelijk nog een geloofskwestie mee. Dat kan heel gevoelig liggen als men daarover in de krant leest.”

Advocaat Ronday maakt bezwaar. „U legt het verband tussen geweld en afkomst.”

De officier van justitie zou normaal gesproken een geldboete opleggen, maar in dit geval zal de verdachte wel geen geld bezitten. Hij heeft ook over een taakstraf gedacht, maar er is de taalbarrière en de verdachte heeft geen vaste verblijfplaats. „Blijft over een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen dagen min twee dagen voorarrest, dat is zeven dagen.”

Hoe weet de officier zo zeker dat Mansour de komende twee jaar geen geld heeft? De rechter maakt er korte metten mee.

„Ik geloof niet in onbewust slaan”, zegt ze tegen de verdachte. Maar een gevangenisstraf vindt ze niet op z’n plaats: het was gewoon een klap, of die nou in een noodopvang is uitgedeeld, in een rijtjeshuis of een café. Mansour krijgt een voorwaardelijke boete van 500 euro.

„Ik ben in een rechtsstaat aangekomen”, zegt Mansour uitgelaten.

„Recht bestaat niet”, tempert zijn advocaat de principiële feestvreugde. „Als hier een andere rechter had gezeten, was er een ander vonnis geweest.”