Met opgeheven hoofd naar huis

PSV hield lang stand tegen Atlético Madrid, maar uiteindelijk ging de ploeg toch ten onder. Na een zinderende penaltyreeks.

PSV’er Jürgen Locadia, na de verloren penaltyreeks tegen Atlético. Foto Paul White/AP

Goed gespeeld, uitstekend zelfs, maar toch uitgeschakeld. Dat is waar PSV het mee moet doen. Dat de Nederlandse landskampioen de Champions League als enige vertegenwoordiger van de eredivisie met opgeheven hoofd kan verlaten zegt alles over de status van het Nederlandse voetbal. Tegen Atlético Madrid mocht PSV onverwacht lang serieus hopen op een plek bij de laatste acht.

PSV kon Atlético Madrid meer dan twee wedstrijden goed partij bieden, maar ging in een kolkend Estadio Vincente Calderón na een zinderende strafschoppenreeks toch ten onder. Nu is deelname aan de Champions League van volgend seizoen het doel van PSV. Het elftal van Phillip Cocu verraste in het uitduel in Madrid alles en iedereen met een zeer volwassen optreden voor de nog altijd jeugdige ploeg. PSV was in de 58ste minuut heel dicht bij een verlossend doelpunt, maar Jürgen Locadia kwam niet verder dan de paal. Atlético Madrid bewees opnieuw dat hun verdediging bijna niet te passeren valt.

De nummer twee van Spanje wankelde onverwacht tegen het brutaal voetballende PSV, maar trok in de penaltyreeks toch de winst naar zich toe. Voor het derde seizoen op rij staat Atlético Madrid in de kwartfinales van de Champions League.

Niet alleen op het veld was het verschil tussen Atlético Madrid en PSV net een fractie te groot. Noem het killersinstinct. De Madrileense volksclub heeft een omzet van 187 miljoen euro, de Nederlandse provincieclub moet het doen met ruim 64 miljoen euro. Vanaf het seizoen 2017-2018 zal Atlético in het gloednieuw Estadio de Madrid gaan spelen en zal de club financieel verder willen groeien in de richting van grootmachten als FC Barcelona en Real Madrid.

Atlético Madrid maakte in twee duels duidelijk dat de Nederlandse kampioen serieus mocht meedoen in de achtste finales. Er zat misschien zelfs wel meer in, maar het kwam er net niet uit. Het winnen van de Champions League is alleen nog maar weggelegd voor handjevol clubs uit Spanje, Duitsland, Engeland en Frankrijk. PSV verlaat de Champions League met vele complimenten. Zowel in sportief als in financieel opzicht heeft de club boven haar kunnen gepresteerd. Het elftal van Cocu heeft zich na jaren van afwezigheid weer laten zien in Europa en de club haalde zo’n 22,5 miljoen euro aan prijzengeld binnen. Daarmee stapte de club op nationaal niveau uit de schaduw van Ajax. PSV treft de enige concurrent uit de eredivisie zondag in Eindhoven.

Algemeen directeur Toon Gerbrands van PSV constateert ook dat het gat tussen de Europese top en de eredivisie in financieel opzicht steeds groter wordt. „Maar gelukkig draait het in de sport niet alleen maar om geld. Op mijn kamer bij PSV hangt een bordje met de tekst: ‘Topsport is het realiseren van het onmogelijke’. In 2014 werd mij op een supportersavond van PSV gevraagd of ik een droom had. ‘Ja’, zei ik toen, ‘overwinteren in de Champions League’. Het is sneller gegaan dan verwacht.”

Een volgende droom werd wreed verstoord door een gemiste strafschop van Luciano Narsingh. Met de uitschakeling van PSV verdween de laatste Nederlandse club uit Europa. Want ook in de Europa League zijn de clubs uit de eredivisie al niet meer vertegenwoordigd. Het is zelfs de vraag of de Nederlandse competitie nog goed genoeg is om als kweekvijver te dienen voor Europese topclubs. De PSV’ers Luuk de Jong en Marco van Ginkel zijn voorbeelden van spelers die nationaal tot de besten behoorden, maar in het buitenland op een zijspoor terecht kwamen.

De Spaanse Primera División was decennia lang een competitie waarin Nederlandse coaches en voetballers glorieerden. Trainers als Rinus Michels, Johan Cruijff, Leo Beenhakker, Guus Hiddink en Louis van Gaal mochten het voetbal van de Hollandse School naar Spanje brengen. Toppers als Clarence Seedorf, Patrick Kluivert, Arjen Robben, Ruud van Nistelrooy, Wesley Sneijder en Phillip Cocu droegen met succes het shirt van Barça of Madrid. Het ontzag voor het Nederlandse voetbal was groot.

En nu? Oranje gaat niet naar het EK in Frankrijk. En er staan in 2016 slechts drie spelers met een Nederlands paspoort onder contract bij Spaanse clubs. Maar Rafael van der Vaart, Ricky van Wolfswinkel (beiden Betis Sevilla) en Aras Özbiliz (Rayo Vallecano) spelen vaker niet dan wel. De afgelopen jaren mislukten eredivisiespitsen als Mike Havenaar (van Vitesse naar Córdoba) en Alfred Finnbogason (van Heerenveen naar Sociedad) op het hoogste niveau in Spanje.

Het is aan de andere kant veelzeggend dat de Mexicaan Andrés Guardado in snel tempo is uitgegroeid tot de grote leider van PSV. Guardado werd bij het Spaanse Valencia niet goed genoeg bevonden voor een basisplaats en vertrok op huurbasis naar Bayer Leverkusen. Maar ook daar belandde hij op de bank.

Een paar niveaus lager behoort Guardado nu op zijn 29ste in de eredivisie wekelijks tot de uitblinkers. Aan de hand van de Mexicaan mocht PSV 210 minuten lang hopen op een stunt tegen Atlético Madrid. Hoop en complimenten voor de moeite. Daar bleef het bij.