Ingetogen na vlucht uit Mali

Diplomatendochter zingt Billie Holiday en een tekst van Toni Morrison op album met Malinese en westerse invloeden.

Rokia Traoré werkte met onder meer Led Zeppelinbassist John Paul Jones Foto Danny Willems

Als diplomatendochter en een van Afrika’s succesvolste zangeressen was Rokia Traoré gewend om vaak van huis te zijn, maar niet eerder verliet ze haar thuis onvrijwillig. Tot de oorlog in Mali begon. Het hakte er diep in en dat is te horen op haar album Ne So.

De titel ‘Ne So’ betekent ‘thuis’ in uw moedertaal Bambara en op het album gaat het vaak over vluchten. Waar voelt u zich het meeste thuis?

„Daar waar ik uit vrije wil kan zijn. Mijn koffer of een vliegveld kunnen thuis zijn, zo lang ik er maar voor gekozen heb. Dat was vroeger ook al zo. Ik heb op veel verschillende plekken gewoond door het werk van mijn vader. Het was uiteindelijk altijd een vrije keuze. In Syrië en in het noorden van Mali moeten mensen ontsnappen aan gevaar. Zonder thuis kun je niet meer dromen, heb je geen perspectief.”

U verhuisde in 2009 terug naar uw geboorteland Mali, maar moest zelf in 2012 Bamako ontvluchten.

„Ik verliet mijn stad omdat de scholen dicht waren en de samenleving ontwricht raakte. Toch is het iets anders dan de Syriërs of de Noord-Malinezen die moeten vluchten voor geweld. Ik kón tenminste terug naar Frankrijk. Die ervaring en een bezoek aan een vluchtelingenkamp stelde mij in staat om vluchtelingen beter te begrijpen. Het heeft mijn leven voor altijd veranderd. Ik ben niet meer zo naïef dat ik denk dat ik nooit oorlog zal meemaken.”

Het album is mooi, ingetogen, maar minder optimistisch dan uw vorige, ‘Beautiful Africa’.

„Toch staan er de lichtste liedjes uit mijn carrière op. Ik heb de zwaarste periode uit mijn leven meegemaakt, maar ook daarin heb ik ontdekt dat ik eigen keuzes kan maken. Mijn keuze is geweest dat ik doorga, dat ik al het positieve ga omarmen.”

Sinds haar debuut in 1998 heeft Traoré een carrière in Europa weten op te bouwen. Met haar hese stem slaat ze een brug tussen de Malinese traditie en westerse producties. Ook op Ne So zoekt ze bijzondere combinaties, zo werkt bijvoorbeeld John Paul Jones (Led Zeppelin) mee en werd het album geproduceerd door John Parish. Haar band is voornamelijk Afrikaans, maar weer niet Malinees. Ze wil verschillende culturen om zich heen, zegt ze. Ze vond voor dit album muzikanten uit Ivoorkust en Burkina Faso. En opvallend: schrijfster Toni Morrison werkte mee. „Het is haar tekst die ik opzeg in de laatste song van het album. Ik ken haar nog van het theaterstuk Desdemona dat we maakten.”

Ook opvallend: ‘Strange Fruit’, bekend van Billie Holiday, staat erop. Waarom dat zwaarbeladen liedje?

„Het is voor elke zangeres een geweldige uitdaging om iets van haar te doen. Natuurlijk gaat het om de grote betekenis die dit nummer heeft voor een zwarte muzikant. Tien jaar geleden kon ik dit niet zingen, omdat ik niet vond dat mijn leven met het slavernijverleden verbonden was. Maar er is sprake van een racismerevival. Bijna niemand vindt werkelijk nog dat zwart inferieur is, maar je merkt elke dag de aanname dat Afrikanen uit armoede komen, dat ze een slechte opleiding zouden hebben en waarschijnlijk crimineel zijn. Ik merk het op straat, in de winkel. Ik voel de druk om zo snel mogelijk duidelijk te maken dat ik niet aan dat stereotype voldoe. Raciale discriminatie bestaat bijna niet meer, maar de sociale discriminatie neemt hard toe in Europa. En in Afrika, waar ik de helft van de tijd woon, zorgt het voor een verlammend minderwaardigheidscomplex.''