Heus, een baan in de techniek is leuk!

Zes vragen over technische banen Het aantal vacatures in de techniek stijgt. Klinkt goed. Toch blijkt het lastig om er goede mensen voor te vinden.

‘Technisch projectmanager gezocht!’, ‘Wij zoeken een Ingenieur automatisering!’ ‘Vacature voor Technisch gebouwbeheerder werktuigbouwkunde’ ‘Op zoek naar een allround lasser’. Als de banen érgens voor het oprapen liggen, is dat wel in de techniek. Toch kiezen maar weinig mensen voor techniek met als gevolg een tekort aan personeel. Wat is de stand van zaken op de arbeidsmarkt voor technici?

1. Hoeveel mensen werken er eigenlijk in de technische sector?

Technische banen zijn overal: vooral in de bouw, de industrie, de chemie en bij gas-, elektra- en waterbedrijven. Maar ook bij banken, horeca en zorginstellingen zijn mensen met technische kennis nodig, bijvoorbeeld om te werken aan innovaties of het onderhoud van apparatuur.

In 2014 was 14 procent van de beroepsbevolking werkzaam in een technische functie, zo blijkt uit een rapport dat het UWV vorig jaar publiceerde. Dat komt neer op een kleine 1,2 miljoen mensen.

2. Hoeveel vacatures zijn er in de techniek?

Steeds meer. Eind 2014 waren het er 11.500 voor hoogopgeleiden, 10.100 voor middelbaar opgeleiden en 6.300 voor laagopgeleide techneuten, blijkt uit de Monitor Techniekpact. Het aantal vacatures is de afgelopen jaren gestegen. In 2012 konden werkzoekenden al kiezen uit ruim 20.000 vacatures, volgens het UWV, en sindsdien werden het er alleen maar meer.

De belangrijkste oorzaak van die grote vraag is het aantrekken van de economie. Tijdens de crisis werd er bijvoorbeeld minder gebouwd, wat betekende dat het aantal opdrachten voor bouwkundig ingenieurs, aannemers en daaraan gerelateerde beroepen terugliep.

Het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) verwacht dat er tussen 2015 en 2020 296.600 banen bij komen in de techniek. Dat zijn banen die vrijkomen doordat mensen switchen naar een functie buiten de techniek of omdat werknemers met pensioen gaan.

3. Genoeg werk dus. Zijn er mensen om deze functies te vullen?

Daar maken bedrijfsleven, onderwijs en overheid zich behoorlijk zorgen over. Zij willen de internationaal goede positie van Nederland niet kwijtraken. In 2013 bundelden zij daarom hun krachten en ondertekenden dat jaar het Techniekpact.

Een van de doelen van die overeenkomst is een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, om het naderende tekort aan geschoolde mensen in de techniek op te vangen. „Het onderwijs sloot onvoldoende aan”, zegt Erica Wortel, als projectleider communicatie betrokken bij Techniekpact.

Mensen die met een diploma van school kwamen, konden in het bedrijfsleven niet mee.

Ze noemt het voorbeeld van luchtvaartonderhoudstechnici, een sector die van medewerkers verwacht dat zij zich snel kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen zoals 3D-printing.

Het grootste probleem is volgens Wortel dat de ontwikkeling in de techniek heel snel gaat. Er is voortdurend sprake van robotisering, automatisering en innovatie. Nieuwe ontwikkelingen gaan zo snel dat kennis over een bepaald systeem, machine of methode alweer achterhaald kan zijn op het moment dat de afgestudeerde jongere zijn of haar eerste stappen zet op de arbeidsmarkt.

4. Klinkt goed, dat Techniekpact. Maar werkt het? Zijn er meer studenten met een technische opleiding en vinden die aansluiting bij de arbeidsmarkt?

Sinds het Techniekpact van start is gegaan, neemt het aantal studenten iets toe. 2 procent op het hbo, 1 procent op het wo, maar op het mbo bleef het aantal instromende studenten vrijwel gelijk. Vooral ten opzichte van tien jaar geleden is er een stijging te zien: van 10.000 instromers in het wo in 2004/05 naar 19.123 in 2014/15. In het hbo steeg het aantal met ruim 5.000 studenten.

Maar meer studenten betekent niet dat ze ook allemaal aan het werk gaan in de techniek. Er is ‘lekkage’: technisch opgeleide mensen die toch liever bij bijvoorbeeld een bank of in de consultancy gaan werken. Dat doet zich voor bij 31 procent van de jongeren onder de 35 jaar. Van de vrouwen met een technische opleiding werkt zelfs 70 procent in niet-technische beroepen. Een van de doelen van Techniekpact is om meer mensen te behouden voor techniek.

5. Laten mensen zich vanuit andere beroepen omscholen?

Dat valt tegen. Het is niet makkelijk om een overstap te maken naar een baan als technicus of ingenieur. De technische sector vraagt om specifieke vaardigheden. Zo kun je een voormalig secretaresse niet zomaar een ingewikkelde machine laten besturen en onderhouden. Zoiets kost tijd.

Wel wordt voor werklozen gekeken naar omscholingsmogelijkheden. Vooral op lager niveau liggen in de techniek kansen om hen aan een baan te helpen. Wortel: „Het UWV kijkt of mensen met een uitkering op basis van hun technisch vaardigheden kunnen worden bij- of omgeschoold. Zo blijven deze mensen behouden voor de sector.”

6. Hoeveel vrouwen werken er in de techniek?

Het aantal vrouwen in technische functies blijft achter. Vrouwen vertegenwoordigen zo’n 13 procent van de technische arbeidsmarkt, terwijl dat gemiddeld voor mannen en vrouwen 46 procent is. Dat is nogal een verschil.

Maar het worden er wel iets meer. Steeds meer vrouwen kiezen voor een technische opleiding. In het mbo steeg het aantal vrouwen met 3 procent tussen 2005/06 en 2013/14), in het hbo nam het aantal dames toe van 16 procent in 2004/05 toe tot 24 procent in 2014/15 en in het wo steeg het van 31 naar 39 procent.

„Voor de diversiteit is het fijn, vrouwen kunnen met een andere blik naar dingen kijken. De vraag naar technici is te groot om alleen met mannen op te lossen. We hebben vooral op mbo-niveau vrouwen nodig die het leuk vinden om met techniek in aanraking te komen”, zegt Erica Wortel.

Om techniek te promoten onder vrouwen heeft Techniekpact begin deze maand wetenschapsjournalist en communicatieadviseur Ans Hekkenberg aangesteld als ambassadeur. ‘Er is heel veel verborgen talent dat denkt dat wetenschap en techniek niet bij hen past’, stelt ze in een introductiefilm op de website van Techniekpact. ‘Ik heb enorm veel zin om jullie te laten zien hoe leuk wetenschap en techniek kunnen zijn.’

Lees ook: Let op vrouwen! Er komen steeds meer bètabanen