‘Heilige van de goot’ was al zalig en wordt nu heilig

Ze stond in India tallozen bij in hun lijden. Twee wonderen maakten de weg vrij voor haar heiligverklaring.

Moeder Teresa in Calcutta in 1986. Foto Jean-Claude Delmas/AFP

De aartsbisschop van Calcutta, Ferdinand Periers, had in 1947 geen erg hoge pet op van de toen 37-jarige non Teresa. „Ze lijkt zelfs nog niet in staat een kaarsje fatsoenlijk aan te steken”, mopperde hij, toen de nog jonge, maar al wel zeer vrome vrouw te kennen gaf haar leven voortaan te willen wijden aan de vele armen in de miljoenenstad.

De eigenzinnige Teresa, overtuigd van de goddelijke opdracht die haar ten deel was gevallen, liet zich niet uit het veld slaan. Begin 1948 verhuisde ze naar een krottenwijk in Calcutta, tegenwoordig Kolkata, de hoofdstad van de Indiase deelstaat West-Bengalen. En nu wordt Moeder Teresa een echte heilige, zo heeft paus Franciscus dinsdag in Vaticaanstad bevestigd na een zogeheten consistorie, een vergadering met de kardinalen. De canonisatie zal op 4 september plaatsvinden, de zondag voor haar negentiende sterfdag.

De aankondiging komt niet als een grote verrassing. Al bij haar leven werd Moeder Teresa door velen in en buiten de kerk vereerd als een heilige. In 1979 kreeg de leider van de Missionarissen van Naastenliefde de meer wereldlijke Nobelprijs voor de Vrede. In 2003, zes jaar en zes weken na haar overlijden, verklaarde paus Johannes Paulus II haar zalig.

Voor zo’n zaligverklaring is de officiële erkenning nodig van een wonder. In 2003 ging het om de genezing van een Indiase vrouw met een tumor in haar buik. In december kwam daar de zogeheten verificatie van een tweede wonder bij: de medisch onverklaarbare genezing van een Braziliaan met een kwaadaardige hersentumor. Volgens de echtgenote van de 35-jarige man hadden zij en andere familieleden Moeder Teresa in hun gebed om hulp gevraagd.

Door de officiële erkenning van dit tweede wonder is de weg vrij voor heiligverklaring. Niet alleen Moeder Teresa valt die eer te beurt. Op 5 juni is de heiligverklaring van de bekeerde Zweedse ordestichter Maria Elisabeth Hesselblad, die in WO II vele Joden redde.

Moeder Teresa, een etnisch Albanese, werd in 1910 als Anjezë Gonxhe Bojaxhiu geboren in Skopje, toen onderdeel van het Ottomaanse Rijk en nu hoofdstad van Macedonië. Haar orde, Onze-Lieve-Vrouw van Loreto, zond haar naar India, toen nog een Britse kolonie, om er lerares te worden. Haar roeping om onder de tienduizenden staatarme leprozen, verminkten en andere hulpbehoevenden te gaan werken, kreeg ze naar eigen zeggen tijdens een treinreis in Darjeeling waar ze in een kuuroord voor tbc-patiënten verbleef. Heilige van de Goot was een van haar geuzennamen. Na haar overlijden verleende de regering van het overwegend hindoeïstische India haar een staatsbegrafenis.

De heiligverklaring zal een nieuwe bijdrage zijn aan de verering van de vrouw die moeite zou hebben gehad om een kaarsje volgens de regels aan te steken, maar die wel tienduizenden bijstond in hun lijden op straat. Maar enkel bewonderaars heeft ze ook niet gehad. Critici hadden moeite met haar ultraconservatieve geloofsopvattingen. En ze hebben haar verweten armoede te exploiteren ten dienste van haar goede werken, in plaats van echt te strijden tegen de maatschappelijke oorzaken van die armoede.