Gooit Draghi miljarden weg?

Zonder het beleid van de ECB zou het economisch slechter gaan, zegt de bank. Dat valt lastig te bewijzen. 

Foto Arne Dedert / DPA via AP

De kritiek uit Nederland op de Europese Centrale Bank is een stuk scherper geworden na de ECB-vergadering van vorige week. Mario Draghi is een kamikazepiloot, zei oud-president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank. En vanuit de Tweede Kamer, ooit terughoudend met commentaar op de onafhankelijke centrale bank, klinkt kritiek dat het monetaire beleid desastreus uitpakt. Nederlandse spaarders en pensioenfondsen worden hard geraakt door het lagerentebeleid van de ECB. Dit terwijl die lage rente en de miljarden van ECB-president Draghi niks opleveren. 

Is dat laatste zo? Draghi vindt dat uiteraard niet. „De belangrijkste kracht achter het economisch herstel is ons monetair beleid”, zei hij. Had de ECB niet ingegrepen, dan zou zich een „desastreus” scenario van deflatie hebben voltrokken.

Zonder de aankoop door de ECB van staatsobligaties en ander schuldpapier (tot dusver voor 774 miljard euro sinds 2014) zou de inflatie in het eurogebied vorig jaar negatief zijn geweest en minstens 0,5 procent lager dan geraamd in 2016 en 2017, schatten experts van de ECB. De economie van de eurozone groeit tussen 2015 en 2018 met in totaal 1,5 procent extra door de ECB-miljarden, ook wel bekend als ‘kwantitatieve verruiming’.

Schattingen lopen uiteen

Economen zijn sceptisch over deze schattingen. Casper de Vries, werkzaam aan de Erasmus Universiteit, deed onderzoek naar het effect van kwantitatieve verruiming op het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone. Dit is „niet significant”, stelt hij. Daarentegen is er wel een positief effect van de lage olieprijs.

In de Verenigde Staten is de Fed, de centrale bank, alweer gestopt met kwantitatieve verruiming. Daardoor is er in de VS al wat meer bekend over de doorwerking daarvan op de economische groei. Onderzoekers zien een positief effect, maar „de schattingen lopen wild uiteen”, zegt Jasper Lukkezen, econoom aan de Universiteit Utrecht. Op basis van het onderzoek in de VS noemt Lukkezen de getallen die de ECB noemt „heel redelijk”. Maar hij voegt daaraan toe dat het „heel moeilijk is aan te tonen” wat er zou zijn gebeurd zónder de maatregelen van de ECB. Carsten Brzeski, analist bij ING, laat zich in gelijke zin uit: „De economie profiteert tot nog toe, maar hoeveel valt niet te zeggen”.

Het grootste effect van de ECB-miljarden op de groei komt volgens Lukkezen en Brzeski door de lagere wisselkoers van de euro. De ECB koopt obligaties op, waarvoor zij betaalt met geld. Er komen meer euro’s op de markt. De euro wordt minder waard vergeleken met andere munten.

De euro is nu, ten opzichte van een ‘mandje’ van 19 andere valuta, 10 procent goedkoper dan twee jaar geleden. Exportland Nederland profiteert daarvan: Nederlandse producten worden buiten de eurozone goedkoper. Het Centraal Bureau voor de Statistiek stelt dat 10 procent daling van de euro ten opzichte van de dollar gemiddeld 1,9 procent extra Nederlandse export oplevert. Het Nederlandse bbp stijgt in dit geval met 0,6 procent – meer dan dat van andere eurolanden, berekende ING.

Euro daalt niet meer

Maar dit ‘euro-effect’ is wel al uitgewerkt. De euro begon in de aanloop naar het ECB-besluit tot kwantitatieve verruiming, in januari 2015, al te dalen. Toen het programma eenmaal in gang was gezet, gebeurde er weinig meer. De ECB besloot vorige week meer obligaties te gaan kopen (80 in plaats van 60 miljard euro per maand), maar de euro daalde niet.

Devaluatie van de euro is géén officiële doelstelling van de ECB, want dan zou de centrale bank een valutaoorlog voeren. Het is niet verwonderlijk dat Draghi zelf steeds de nadruk legt op een ander gunstig effect van het ECB-beleid: groei van de kredietverlening door banken aan bedrijven en huishoudens. De ECB-miljarden komen via de banken in de „echte” economie terecht, meent Draghi.

De ECB stimuleert de kredietverlening op drie manieren. Doordat banken obligaties kunnen verkopen aan de ECB verdienen ze geld dat ze makkelijker uit kunnen lenen. Daarbovenop komt de negatieve ECB-depositorente, die vorige week nog lager werd (0,4 procent). Banken betalen een boete om overtollige tegoeden te stallen bij de ECB, wat hen moet aansporen om het geld vooral uit te lenen. Ten slotte spekt de ECB de banken met een nieuwe ronde supergunstige leningen. Banken die veel uitlenen aan burgers en bedrijven, krijgen de gunstigste voorwaarden.

Heel langzaam meer krediet

In enquêtes van de ECB stellen banken dat zij de steun van de ECB inderdaad gebruiken voor kredietverlening. Voorzichtig gaat het de goede kant op. De kredietverlening aan bedrijven trekt weer aan, zij het voorzichtigjes en niet in alle lidstaten. „Vooral Zuid-Europese landen, die na de crisis last hebben van kapitaalproblemen bij banken, hebben hier baat bij”, zegt Lukkezen. In Nederland nemen de leningen aan bedrijven niet toe.

Brzeski betwijfelt of de banken, na de extra maatregelen van vorige week, nog meer zullen uitlenen. „Het probleem is niet dat er te weinig geld is voor kredietverlening, het probleem is dat er te weinig vraag naar krediet is”, zegt Brzeski.

De vraag van bedrijven naar krediet neemt de laatste kwartalen wel toe, blijkt uit een ECB-enquête onder banken. Maar vooralsnog resulteert het extra krediet niet in extra investeringen van bedrijven. De ‘investeringsquote’ (het deel van de omzet dat bedrijven investeren) ligt nog een stuk lager dan voor de crisis. Bedrijven sparen of bouwen schulden af.

Voordat een euro van Draghi in de ‘echte’ economie terechtkomt, zijn er heel wat hobbels te nemen.