Freek de Jonges eerbetoon aan oude bios

Een Nederlands Gouden Boekje over filmhistorie is eerste kinderboek van cabaretier Freek de Jonge en illustrator Erik Kriek.

Popcorn vliegt door de lucht. De filmrol hobbelt van de trap af, de hele bioscoopzaal door. Net als een klassieke slapstickfilm eindigt het eerste kinderboek dat Freek de Jonge schreef, in een vrolijke puinzooi.

Toepasselijk. Want in Met Annie en Joop naar de bioscoop beschrijft de 71-jarige cabaretier De Jonge op rijm hoe het toegaat in een oude bioscoop uit de jaren vijftig. „Ik wilde graag laten zien hoe het in een bioscoop toeging, van kassa tot popcorn, wat voor taken iedereen had”, vertelt De Jonge. Het is een vrolijk educatief prentenboekje geworden voor kinderen, om voor te lezen. Met prachtige tekeningen van Erik Kriek.

Aanleiding voor dit speciale Gouden Boekje, dat De Jonge schreef op verzoek van het Eye Filmmuseum in Amsterdam, is het feit dat het Nederlands Filmarchief, waaruit Eye is voortgekomen, 70 jaar geleden werd opgericht, in 1946.

„In deze wereld van het digitale beeld, waarin de bioscoop zoals wij die kenden onder druk staat, kan het niet kwaad wat te doen aan historische achtergrond. Dat jongeren inzicht krijgen in hoe het zich allemaal ontwikkeld heeft”, zegt De Jonge.

Zijn vrouw Hella en hij zijn ook op ander vlak betrokken bij educatieve projecten rond film en kunst, via hun Hella en Freek de Jonge Stichting. „Wij sponsoren concrete educatieve projecten voor bijvoorbeeld Eye en het Rijksmuseum. Voor Eye hebben we een lespakket over de geschiedenis van de film gesponsord”, vertelt De Jonge.

Naar de Toverlantaarn

In het boekje gaan we met twee kinderen, Annie en Joop, een middagje naar bioscoop de Toverlantaarn. Het begint zo: „Annies moeder is ouvreuse./ Kassière Carla is de zus van Joop./ Dus kunnen Joop en Annie zo vaak/ ze willen gratis naar de bioscoop./ Vandaag is het weer bioscoopdag./ Blij dansen ze de kamer rond./ Henk, Joops vader, gaat ze brengen/ met de brommer en de pont.”

De film die draait is een Laurel & Hardy-klassieker over een piano die de trap op moet. Net als in die film gaat er in de bioscoop van alles mis. „Het is allemaal fictie”, zegt De Jonge. Maar de sfeer van de bios is onder meer die van de bioscopen van zijn jeugd, in Zaandam. „Daar gingen wij naar de Apollo of de Flora. Dat was spannend, want in de calvinistisch-protestantse kring waar ik uit kwam, was de bioscoop natuurlijk iets van de duivel. Zeker als we stiekem op zondagmiddag naar de film gingen was dat extra spannend.” Verraden door vriendjes is hij nooit. „Maar ik ben wel eens op mijn twaalfde met een vriendje uit een bioscoop gezet op het Damrak in Amsterdam, omdat we naar een film voor boven de veertien waren.”

Is het een nostalgisch boekje? „Ik kijk niet zo met een nostalgische blik naar de wereld, het leven ontwikkelt zich – daarover praat ik ook in Mijn Koude Oorlog, de 20 colleges die ik geef in het Rijksmuseum”, zegt De Jonge.