In deze prachtige wandelgame dwaal je door de wildernis

Firewatch speelt zich af in het nationaal bos in Wyoming. Jij bent Henry, een brandwacht die zijn vorige leven probeert te vergeten in de wildernis.

Het leven van een brandwacht in een Noord-Amerikaans naaldbos is simpel. Je speurt de horizon af op rookpluimen. Je waarschuwt kampeerders voor de gevaren van open vuur. Een zomer lang is een houten uitzichttoren je werkplaats en thuis. Wie zou er vrijwillig kiezen voor zo’n bestaan?

Iemand die op de vlucht is voor zijn problemen. Iemand als Henry. In Firewatch ben jij Henry, een veertiger die zijn vorige leven probeert te vergeten in de wildernis. Het is 1989 en het begin van een hete zomer als Henry aan zijn baan als brandwacht begint.

Al binnen tien minuten is het duidelijk: de game Firewatch past niet in een hokje. In deze game maak je first person wandeltochten, een perspectief dat normaal gereserveerd wordt voor shooters. Setting is de Shoshone, een nationaal bos in Wyoming. Als brandwacht struin je langs meren en klauter je door ravijnen. Je stippelt routes uit op een kaart en navigeert naar je doel met een kompas.

Alle traditionele gamegevaren ontbreken in Firewatch. Hier geen beer die je aan flarden scheurt. Geen steile afgrond waarin je te pletter valt. Geen honger die je om de tien minuten moet stillen. Firewatch is jij en de wildernis.

Dat geeft je alle tijd om te genieten van de prachtig game-natuur. Als de zon onder gaat kleuren de kliffen een schitterend avondrood. In grotten klinkt het ruisen van de wind, in de bossen hoor ik vogels. Ik speelde Firewatch in mijn huiskamer met mijn vriendin naast me op de bank, maar ik voelde me alleen, in Shoshone.

Gelukkig is Henry niet compleet afgezonderd: als je voor het eerst wakker wordt in je houten observatietoren kraakt de walkietalkie op je bureau. Henry kwam voor eenzaamheid en rust, maar vindt aan de andere kant van de lijn Delilah, een collega-brandwacht.

Delilah is het tegenovergestelde van Henry. Waar Henry zucht en mokt, is Delilah stoer, scherp en grappig. Vanaf dag één probeert ze Henry uit de tent te lokken. Met plaagstootjes breekt ze de mopperfaçade af die Henry probeert op te trekken. En ze stelt de ongemakkelijke vraag: „Waarom ben je eigenlijk hier?” Het is het begin van een vriendschap op afstand. Of iets meer? Het is aan de speler om de richting van de gesprekken met Delilah te bepalen.

Delilah krijg je nooit te zien. Ze bestaat alleen maar in de ether, als een stem aan de andere kant van het bos. Toch geeft Delilah de lange wandeltochten van Henry zin. Als je iets bijzonders tegenkomt, kun je dat via de walkietalkie rapporteren. Dat werkt. Als het lang stil was, verlangde ik naar de stem van Delilah. Iemand om mijn indrukken mee te delen.

Er is ook een mysterie. Iets of iemand lijkt Henry en Delilah te achtervolgen en af te luisteren. Langzaam groeit de paranoia. Wie zit hier achter? De overheid? De werkelijkheid is tragischer. Er is niets mis met deze plotlijn, maar het hart van het spel is de bijzondere band tussen Henry en Delilah.

Firewatch speelt met de droom om alles te laten vallen en een nieuw begin te maken. Onmogelijk natuurlijk. Shoshone wordt voor Henry de plek waar hij de problemen in zijn leven onder ogen moet zien, of hij dat nu wil of niet.

De illusie van absolute vrijheid in Firewatch is sterk, maar in games zijn barrières onvermijdelijk. Het speelveld is niet oneindig groot. Er zijn stenen of bosjes waar je niet langs kan. Maar doordat het voelt alsof je wél over dat kreekje of rotsblok kan springen, komt de teleurstelling harder binnen wanneer dat niet lukt.

Een briljante toevoeging in Firewatch is een simpel stukje technologie: een wegwerpcamera. Al vrij snel in de game vind je een camera waarmee je 24 foto’s kan maken. Aan het eind geeft Firewatch je de mogelijkheid om de foto’s die je hebt gemaakt daadwerkelijk af te laten drukken. Over een paar weken ploffen ze bij mij op de mat. Een persoonlijke herinnering aan mijn zomer in Wyoming.