Eigendommen van Mata-Hari in geldnood

Persoonlijke objecten van Mata-Hari komen zelden ter veiling. Deze gaf ze mogelijk als onderpand.

Collectie Fries Museum, Leeuwarden

In een uitstalling bij veilinghuis de Zwaan in Amsterdam staat een toneelkijker in foedraal naast twee pinkhoge bronzen Boeddhabeeldjes. Het tiental objecten wekt nieuwsgierigheid. Er zijn enkele juwelen, zoals een roségouden solitairring gezet met een briljant geslepen diamant, en gebruiksvoorwerpen waaronder een Franse kolompendule met marqueterie en een cassette met 24 zilveren lepels en vorken op een hemelsblauwe zijden voering. Onderaan de stelen prijkt een sierlijk monogram: ML. ‘Lady MacLeod’ alias Mata-Hari. De danseres signeerde bij voorkeur met de adellijke titel van haar gewezen echtgenoot Rudolph MacLeod.

Het document dat een Leeuwardense notaris 1 mei 1922 aan de eigenaar stuurde, onthult de herkomst: „In Consignatie genoomen door mij, Sikke Molenaar, van Piet van der Hem, goederen afkomstig van Wijlen Mevrouw Margaretha Zelle. Dit tegen een som van ƒ. 500.00, ZEGGE: Vijfhonderd Gulden”.

Daarna volgt een opsomming van tien objecten. Deze brief wordt binnenkort eveneens geveild in Amsterdam, net als het kattebelletje van de schilder en (politiek) tekenaar Van der Hem aan de notaris, zijn ‘waarde neef’ over ‘de goede ontvangst van het aangetekend schrijven met inhoud’ (100-150 euro).

Peter de Hoo ontdekte de consignatiebrief na het overlijden van zijn tante, de weduwe van de notaris. „Ik begreep toen dat de objecten die ik op haar zolder had gevonden bij elkaar hoorden.”

‘Cher Piet’ schreef Mata-Hari

Piet van der Hem (1885-1961) en Margaretha Zelle (1876-1917), theaternaam Mata-Hari, brachten hun jeugd door in Leeuwarden, maar ze leerden elkaar pas kennen toen zij na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914 uit Berlijn naar Amsterdam kwam. Vanuit het Victoria Hotel schrijft ze Van der Hem, in het Frans, dat ze tot haar ‘regret’ die avond verhinderd is, maar de avond erna hem ‘avec plaisir’ kan ontvangen. Hun afkomst en liefde voor Parijs zorgden voor een band. ‘Cher Piet, Jammer dat je er niet was. Ik had veel succes en kreeg veel bloemen’, schreef ze – weer in het Frans – op 16 december 1914, na haar voorstelling in de Haagse Koninklijke Schouwburg, die maar matig werd besproken. Ze bekeek het op haar eigen wijze: ‘De zaal was uitverkocht. [Directeur] Roosen was gelukkig, de kassier tevreden, dus het had niet beter kunnen uitpakken.’

Ondertussen had ze voor Van der Hem geposeerd. Hij schilderde en tekende een aantal portretten. De Hoo hoorde de bijzonderheden van zijn tante: „Er dreigde een relatie. Mijn oom de notaris heeft het neef Piet ten stelligste afgeraden. Mata-Hari gold als de risee van Leeuwarden.”

Adellijk: Lady MacLeod

De lepels en vorken in de cassette die De Hoo in de linnenkast van zijn tante vond, dragen naast het monogram nóg een statusverhogende verwijzing naar Lady MacLeod: de baronnenkroon. Ook op haar visitekaartje en haar linnengoed liet ze het adellijke symbool aanbrengen. Het verwees – o ironie – naar haar vader, de hoeden- en pettenwinkelier Adam Zelle, die in Leeuwarden de bijnaam ‘de Baron’ genoot. Tot hij na onfortuinlijke speculaties zijn gezin in armoede achterliet.

Zijn dochter leed voortdurend geldgebrek, zelfs als ze geld had. In ruil voor een lening zou Van der Hem de merkwaardige verzameling persoonlijke objecten bewaren. Ook de schilder rekende zich altijd arm, aldus De Hoo. „Hij was al jong wees, woonde bij mijn oudoom en groeide op met hun zoon, de latere notaris. Hij moet zich afhankelijk hebben gevoeld van de gunsten van anderen. Al was hij zeker niet armlastig, hij was doodsbang het te worden.”

Juist in 1922 – het jaar van de consignatiebrief – had hij een mooie opdracht: het schilderen van het eerste oorlogskabinet Cort van der Linden ‘in ministerraad bijeen’. Het forse doek hing tot 1994 in de rooksalon van de Tweede Kamer.

Zelden komen persoonlijke spullen van Mata-Hari op de markt. Op 9 januari 1918, krap drie maanden na haar dood voor het Franse executiepeloton, werd een veiling gehouden ter leniging van de huurschuld van haar huis aan de Nieuwe Uitleg 16 in Den Haag. Honderden ‘o zoo deugdzame oogen’ gluurden naar het ‘luxueuze bed’ en het ‘groote bad’ en ‘naar al dit, dat der Zonde was’. Aldus de dagbladen daags na de drukbezochte kijkdagen. In de achterkamer hing haar portret in pastel: ‘Het was of ze hautain glimlachte om het gedrang in het huis, háár huis...’

Correcties en aanvullingen

Mata Hari

In Eigendommen van Mata Hari in geldnood (16/3, p. C12) staat in een fotobijschrift dat Piet van der Hem de neef van Margaretha Zelle (Mata Hari) was. Dat is niet juist. Kunstschilder Van der Hem was de neef van notaris Sikke Molenaar, aan wie hij bezittingen van Mata Hari in consignatie had gegeven.