Die referendumwet, deugt-ie wel?

Volgens critici zit er een fout in de referendumwet. Want wat is de handtekening van Nederland onder internationale verdragen nog waard als die door een volksraadpleging zomaar kan worden teruggedraaid?

De wc-rol met argumenten tégen het Oekraïne-verdrag. Foto Fotodienst NRC

„Van Rompuy overdrijft”, zegt Tweede Kamerlid Kees Verhoeven van D66. „Net als Commissie-voorzitter Juncker eerder met zijn continentale crisis als Nederland het associatieverdrag met Oekraïne afwijst.” Toch stelde voormalig EU-president Herman Van Rompuy maandag in dagblad Trouw een terechte vraag: wat is een Nederlandse handtekening onder een internationaal verdrag nog waard als er later altijd nog een referendum kan volgen? De Nederlandse regering tekende het associatieverdrag met Oekraïne, de Tweede Kamer stemde ermee in, maar nu volgt er op 6 april nog wel een volksraadpleging. En het volgende referendum dient zich ook al aan. Het vrijhandelsakkoord TTIP met de VS moet nog worden gesloten, maar Milieudefensie is tegen en zamelt alvast handtekeningen in voor een referendum dat jaren van onderhandeling mogelijk naar de prullenbak verwijst. Kan Den Haag zo nog wel een effectieve buitenland- en handelspolitiek voeren, vraagt Van Rompuy zich af.

Zijn zorgen worden gedeeld door defensiespecialist Rob de Wijk van de Haagse denktank HCSS. Hij noemt het een „kapitale fout” dat ook internationale verdragen door de vorig jaar van kracht geworden referendumwet, onderwerp van een volksraadpleging kunnen worden. „De Tweede Kamer heeft invloed gehad op de totstandkoming van het verdrag met Oekraïne. Hou je een referendum, dan begint de discussie opnieuw en is de handtekening van de regering niets waard. Dat schaadt Nederland”, zegt De Wijk.

Nu gaat het om een raadgevend referendum dus het kabinet kan de uitslag ook naast zich neerleggen. Wat de regering na 6 april gaat doen is nog onbekend. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken zegt te verwachten dat het kabinet bij ieder toekomstig referendum eerst de uitslag zal afwachten. Al heeft het kabinet er in antwoorden op Kamervragen wel op gezinspeeld dat de uitslag van het Oekraïnereferendum wordt overgenomen als de opkomstdrempel van 30 procent wordt gehaald. In dat geval ratificeert Nederland het verdrag niet en kan het niet volledig in werking treden.

‘Minder invloed Nederland’

Voormalig staatssecretaris van Europese Zaken Ben Knapen (CDA) denkt inderdaad dat de invloed van de Nederlandse regering wordt ingeperkt door de mogelijkheid om „met een aantal clicks op internet” een referendum af te dwingen. „Als jij bij onderhandelingen over internationale verdragen bij alles een voorbehoud moet maken, terwijl andere landen dat niet hoeven, heb je minder invloed”, zegt Knapen.

Hij vindt er best wat voor te zeggen dat referenda worden gebruikt om burgers meer inspraak te geven. „Maar hou dan een referendum over de vraag of de tram rood of wit moet zijn, maar niet over een associatieverdrag tussen 28 EU-landen en Oekraïne. Wij zijn niet de baas in de wereld, dus aan dat verdrag kunnen wij na een ‘nee’ echt niet veel veranderen”, zegt Knapen.

Hebben D66, PvdA en GroenLinks, de initiatiefnemers van de referendumwet, inderdaad een fout gemaakt door ook internationale verdragen ‘referendabel’ te maken? Absoluut niet, zegt Kees Verhoeven van D66. Hij wijst erop dat het doel van deze wet was om burgers de kans te geven de volksvertegenwoordiging terug te fluiten. „Dus ook als de Kamer heeft ingestemd met een internationaal verdrag”, aldus Verhoeven.

Op de vraag of Europa niet onbestuurbaar wordt als alle 28 EU-landen dit soort referenda gaan houden, reageert hij laconiek. „Dat moeten we gaan zien. Als vrijhandelsverdrag TTIP er komt, zal daarover in meerdere EU-landen een referendum volgen. De burger wil nu eenmaal meer inspraak. Als blijkt dat de welvaart door het afwijzen van dit soort verdragen daalt, gaan mensen vanzelf vóór stemmen”, denkt Verhoeven.

Slechts handvol landen kent zo’n wet

Er is in Europa maar een handvol landen waar de bevolking zelfstandig, net als in Nederland, een referendum kan afdwingen over internationale verdragen. Van de 28 EU-landen gaat het alleen om Kroatië, Malta en Litouwen. Joost van den Akker, promovendus ‘overheidshandelen bij EU-referenda’ aan de Universiteit Twente, verwacht dan ook geen grote toename van referenda over tamelijk obscure onderwerpen als het associatieverdrag met Oekraïne. En mocht dat wel het geval zijn, dan moet het maar, vindt Van den Akker, tevens fractievoorzitter van de VVD in Limburg. Dat het ratificatieproces van verdragen dan veel langer zal duren, en dat vaker ingewikkelde uitzonderingsposities voor landen moeten worden gecreëerd, is voor hem geen hoge prijs om te betalen voor het verminderen van onvrede onder burgers.

Maar wordt die onvrede verminderd? Van den Akker erkent dat je bij een volksraadpleging vaak niet weet waar burgers precies tegen zijn. Ook Rob de Wijk van HCSS is daar kritisch over: „Gaat de regering straks aan GeenStijl [een van initiatiefnemers, red.] vragen wat moet veranderen aan het verdrag met Oekraïne?” Van den Akker: „Dat is een zoektocht voor de politiek. Extra debatten of peilingen kunnen helpen daar een antwoord op te geven.”

Correcties en aanvullingen

Oekraïnereferendum

In Die referendumwet, deugt-ie wel? (16/3, p. 6) staat dat het kabinet er, in antwoorden op Kamervragen, op heeft gezinspeeld dat de uitslag van het Oekraïnereferendum wordt overgenomen als de opkomstdrempel van 30 procent wordt gehaald. Dat valt op basis van de antwoorden van het kabinet niet te concluderen.