De voorstander is een beetje lui

De campagne Volgens peilingen stevenen de tegenstanders af op een ruime overwinning bij het referendum. Hoe gaat het ja-kamp het tij keren?

Een grote manifestatie op de Dam in Amsterdam, drie dagen voor het referendum. Daarmee hoopt Michiel van Hulten van Stem voor Nederland flink wat publiciteit te krijgen. ‘Maidam’, zo gaat zijn bijeenkomst heten – een samenvoeging van ‘Dam’ en ‘Maidan’, het plein in Kiev waar pro-Europese betogers demonstreerden. Van Hulten, oud-Europarlementariër en oud-voorzitter van de PvdA: „We gaan daar laten zien dat het ja-kamp breed, divers en eensgezind is.”

Drie weken voor het referendum gaat het nog niet goed met de campagne voor het associatieverdrag met Oekraïne. Peilingen voorspellen een ruime overwinning voor het nee-kamp op 6 april. Nog verontrustender voor het ja-kamp: de groei van het aantal voorstemmers lijkt te stagneren.

De voorstanders vormen een groter en overzichtelijker gezelschap dan het nee-kamp, dat een bonte mix is van PVV’ers, GeenPeil-types, conservatieve intellectuelen en neomarxisten. Het kabinet is vóór, alle middenpartijen zijn vóór, de ‘maatschappelijke’ campagne van Stem voor Nederland is voor. Het probleem zit hem in de motivatie van de voorstemmers, zeggen ze in het ja-kamp. Die vinden zo’n referendum helemaal niets – en al helemaal over dit onderwerp. Of ze denken dat thuisblijven meer zin heeft dan stemmen: de uitslag is niet geldig bij een opkomst lager dan 30 procent. D66-campagneleider Kees Verhoeven is teleurgesteld in de „luiheid” van de voorstanders, zegt hij.

Toch zijn de voorstanders ook minder zichtbaar. Het kabinet heeft een een eigen campagneleider en een uitgewerkte strategie, maar van de bewindslieden is vooralsnog weinig vernomen – op een ingezonden stuk van minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) in NRC na. Michiel van Hulten:

“Ik kijk wel eens verlekkerd naar de Britse premier Cameron, die fabriekshallen toespreekt in de campagne voor het Brexit-referendum.”

Ook politieke partijen laten zich weinig zien. D66 voert een actieve ja-campagne, net als de PvdA. Maar VVD en CDA – beide tegenstander van het fenomeen referendum én opgescheept met een verdeelde achterban – zijn niet van plan de straat op te gaan voor een ja-stem. VVD-fractieleider Zijlstra beperkt zijn campagneoptredens waarschijnlijk tot één tv-debat.

Hoe denken de voorstanders het tij te gaan keren? Volgens Michiel van Hulten was er de afgelopen weken vooral sprake van een „phoney war, met nauwelijks echte campagne en vooral veel gedoe over stemhokjes en wc-rollen”. Hij gelooft nog steeds dat de ja-stem kan winnen als mensen eenmaal echt weten waar het op 6 april over gaat, „zes maanden onafgebroken propaganda van het nee-kamp” ten spijt.

Ruben Marsman, die tegen het associatieverdrag is dat de Europese Unie met Oekraine wil sluiten, deelt wc-papier met teksten tegen het verdrag uit. Foto Martijn Beekman / ANP

De kernboodschap van het ja-kamp: het gaat om een vrijhandelsverdrag, dat is goed voor Nederland én goed voor Oekraïne. Bovendien geven we gehoor aan het verlangen van de Oekraïeners tot toenadering aan het Westen. Maar toetreding tot de Europese Unie? Geen sprake van.

Juist daar zit een probleem voor de voorstanders. Uit alle enquêtes blijkt dat veel kiezers – ook in het ja-kamp – wel degelijk geloven dat het verdrag een opstapje is naar EU-lidmaatschap, hoezeer de voorstanders ook bezweren dat dit niet zo is. De vraag is of het ja-kamp deze „harde onjuistheid” (D66’er Kees Verhoeven) nog bijtijds uit het hoofd van kiezers weet te krijgen.

    • Thijs Niemantsverdriet