Column

Betere voetbaltijden

Arme Nederlandse voetballiefhebber! Diep in je hart wist je dat PSV uiteindelijk zou verliezen, maar onwillekeurig kreeg je toch weer enige hoop naarmate de strafschoppenreeks vorderde. Zij konden toch ook een fout maken?

Jawel, maar reken daar nooit op als Nederlandse voetballiefhebber. Daarvoor is het op cruciale momenten te vaak misgegaan met Nederlandse elftallen. Ik roep ze niet meer terug in de herinnering, al die teleurstellingen zijn te bitter. Natuurlijk, er zijn ook successen geweest, maar die zijn alweer lang voorbij. 

Toch wil ik een woord van troost spreken, niet alleen tot het nu door verdriet bedwelmde Eindhoven, maar ook tot al die andere treurende voetballiefhebbers. Er lijken weer betere tijden aan te breken. De manier waarop PSV zich staande hield tussen allerlei Europese topploegen, berust niet op toeval. De jonge voetbalgeneratie rijpt sneller dan we voor mogelijk hadden gehouden, overal breken talenten door.

Bij PSV doelman Zoet, de verdedigers Bruma en Willems, de middenvelder Pröpper (en misschien Van Ginkel), de spits Luuk de Jong. Bij Ajax de verdediger Tete (en misschien Riedewald), de middenvelders Klaassen en Bazoer. Bij Manchester United kan linksbuiten Depay doorgroeien.

Goed, we zullen er geen wereldkampioen mee worden, maar deelname aan het wereldkampioenschap wordt weer mogelijk. Kijk naar dit elftal: Cillessen; Tete, Vlaar, Bruma, Willems; Pröpper, Bazoer, Klaassen; Robben, De Jong, Depay. Achter de hand: Wijnaldum, Strootman, Zoet.

Daar hoeft niemand zich voor te schamen.

Maar wie wordt de bondscoach? Dat is misschien een groter probleem. In Danny Blind kan ik nog steeds niet helemaal geloven. Betere kandidaten lijken Ronald Koeman, Phillip Cocu en Frank de Boer. Tegen Atlético ontpopte Cocu zich als een meesterstrateeg. Geen aansteller als Simeone, geen druktemaker als Van Gaal, maar een onopvallende, bijna fletse man die wel precies weet wat hij wil – een verademing in het hysterische voetbalwereldje. Net als Frank de Boer.

Buiten het veld zie ik helaas wél een snel uitdijend minpunt: SBS6. Het is geen feest om daar de Champions League te volgen. De invloed van de commercie is er niet meer te stuiten, de wedstrijden worden ingemetseld tussen reusachtige reclameblokken. In de rust is er nog maar ruimte voor één minuutje nabeschouwing. Gisteravond stopte men ons zelfs vóór het begin van de verlenging zo’n reclameblok in de maag. Het is dodelijk voor de beleving thuis: je wilt kapotte spelers zien, lurkend aan de waterfles, een trainer die hen moed inspreekt en een enkeling apart neemt.

Toen de verlenging was afgelopen en de strafschoppen naderden, gingen we meteen naar de studio voor een rondje Toine van Peperstraten met Heitinga („Goed gedaan PSV”) en Gullit („Goede prestatie PSV”). Thuis wilden we alleen maar Jeroen Zoet zien, in volle concentratie verzonken op de grasmat, zich nog niet afvragend waarom hij de bal uit die vierde strafschop van Atlético in eigen doel sloeg, terwijl hij op het punt stond de held van de wedstrijd te worden.

In een flits zag ik Rensenbrink weer in Argentinië tegen de paal schieten, Frank de Boer twee strafschoppen missen tegen Italië, Hölzenbein over het been van Wim Jansen vallen, maar sorry, sorry, ik liet me gaan, ik zal er nooit meer over beginnen.