15 jaar dwangarbeid voor Amerikaan in Noord-Korea

De student Otto Warmbier stal een banner met een politieke slogan uit een hotel in Pyongyang.

De Amerikaan Otto Warmbier wordt naar het Noord-Koreaanse hooggerechtshof geleid. Foto Jon Chol Jin/AP

De Amerikaanse student Otto Warmbier, die afgelopen januari in Noord-Korea werd opgepakt vanwege het stelen van een banner met een politieke slogan, moet vijftien jaar dienen in een strafkamp. Dat hof heeft het Koreaanse hooggerechtshof woensdag bepaald, meldt persbureau Reuters. Het heeft de Amerikaan schuldig bevonden aan “misdaden tegen de staat”.

Warmbier biechtte vorige maand op een persconferentie op dat hij een banner stal uit het Yanggakdo International Hotel in de hoofdstad Pyongyang. De jongen uit Ohio was aan het eind van een vijfdaagse trip door het land toen hij op een Noord-Koreaanse luchthaven betrapt werd. De student gaf toe dat zijn actie “een voorbereide daad” was en smeekte om vergiffenis. Hij zou de banner gestolen hebben voor een kennis.

De veroordeling van de Amerikaan volgt op weken waarin de spanningen tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea verder zijn opgelopen. Noord-Korea vuurde de afgelopen tijd verschillende korteafstandsrakketten af en testte een kernwapen. De VN-veiligheidsraad veroordeelde de actie via strenge sancties.

Update 20:46 uur: De Verenigde Staten heeft Noord-Korea opgeroepen om Warmbier onmiddellijk vrij te laten. Volgens een woordvoerder van het Witte Huis is het steeds duidelijker dat Noord-Korea Amerikaanse burgers gebruikt voor politieke doeleinden.

Vaker Amerikanen gearresteerd

Er zijn wel vaker Amerikanen gearresteerd, veelal voor “vijandelijkheden tegen de staat” en spionage. In 2013 werd de toen 85-jarige Amerikaanse veteraan Merrill Newman opgepakt tijdens zijn vakantie in Noord-Korea en een maand later op “humanitaire gronden” vrijgelaten door het land.

Missionaris Kenneth Bae werd in 2012 gearresteerd en kreeg een werkstraf van vijftien jaar omdat hij volgens Noord-Korea de regering omver had willen werpen. Matthew Miller op zijn beurt zou zijn toeristenstatus hebben geschonden, zijn visum hebben verscheurd op het vliegveld van Pyongyang en asiel hebben aangevraagd. Hij kreeg zes jaar in een werkkamp opgelegd. Beide mannen werden in 2014 na geheime onderhandelingen tussen de VS en Noord-Korea vrijgelaten.