Vreemdgaan

Van die dagen met mooi weer.

deckwitz, ellen 10-2015 02.jpg

Het is de laatste dagen heerlijk weer en dan krijg je op een zeker moment toch zin in vreemdgaan. Dat zei ik dan ook tegen mijn geliefde. Hij moest lachen. Ik vond het leuk dat hij er zo vrolijk van werd. „Zal ik het dan tegen je zeggen als ik ben vreemd gegaan, of wil je het liever niet weten?” grapte ik, waarop de geliefde me geschokt aankeek.

„Je meent het toch niet echt?”

„Nee”, antwoordde ik snel, „ik heb zin-in-vreemdgaan, niet in vreemdgaan-an-sich. Het is meer zoiets als zin hebben in een biertje, maar niet in drinken.”

Terwijl mijn vriend zijn hoofd daarover brak, bedacht ik me dat hij er altijd zo mooi uitziet als hij ergens zijn hoofd over breekt. Ik heb hem nog nooit bedrogen, en zal dat ook nooit doen. Ik zou wel gek zijn om dit exemplaar te riskeren, al was het maar omdat hij de enige jongen is die op Keira Knightley lijkt en altijd de was doet. Het is ook niet persoonlijks. Die vreemdgaanneiging-omdat-het-voorjaar-is had ik zelfs toen ik vrijgezel was.

„Kind, ik begrijp precies wat je bedoelt”, zei mijn moeder, toen ik haar ’s middags belde om te achterhalen waar die behoefte nou eigenlijk vandaan kwam.

Ze giechelde. „Je vader en ik zijn elkaar natuurlijk trouw tot in den dood, maar die kriebels, pfoeh, nou, die heb je wel van mijn kant. We moesten je overgrootmoeder in de bezemkast opsluiten zodra de eerste krokussen boven de grond kwamen. En op de buik van oudtante Door kon je tegen de tijd dat het voorjaar aanbrak, een ei bakken.”

Ik was geen slecht mens, alleen erfelijk belast

Ik voelde me meteen een stuk beter. Ik was geen slecht mens, alleen erfelijk belast. Ik dacht aan de familieportretten die bij mijn ouders op de gang hangen. Stijve mensen in stijve pakken, maar ondertussen kroop daar behoorlijk wat bloed waar het niet gaan kon. Ik bedacht me ook dat een aantal van de mensen die bij mijn ouders in de gang hangen, vermoedelijk geen familie van me is – als het waar is dat 31 procent van de Nederlanders de boterham weleens dubbel belegt.

Mijn geliefde kwam mijn werkkamer binnen. Hij leek al iets minder in de war.

„Ben je al vreemdgegaan?” vroeg hij. Ik schudde mijn hoofd.

„Het is slechts een gevoel”, zei ik. „Wees blij dat ik er alleen in het voorjaar onder gebukt ga. Sommigen hebben er het hele jaar last van.”

„Dat lijkt me zo moeilijk”, zei hij, „Arme mensen.”

„Ja”, antwoordde ik. „Dan hebben wij het eigenlijk toch best goed voor mekaar.”