Turkije bombardeert Koerdische doelen in Noord-Irak na aanslag

Hoewel de bloedige aanslag van zondag in de Turkse hoofdstad Ankara nog altijd niet is opgeëist, heeft de Turkse luchtmacht maandag bombardementen uitgevoerd op doelen van de Koerdische PKK in Noord-Irak. Premier Ahmet Davutoglu zei „vrijwel zeker” te weten dat de Koerdische strijdgroep achter het geweld zit.

Zondag kwamen 37 mensen om het leven bij een autobomaanslag. Tientallen gewonden liggen nog in het ziekenhuis, waardoor het dodental nog kan oplopen. Tot nu toe zijn elf mensen gearresteerd. Tien personen worden nog gezocht.

Maandagavond werden DNA-tests uitgevoerd om de identiteit van de aanslagplegers vast te stellen. Ook werden de eerste slachtoffers begraven.

Ankara bombardeerde maandag op verschillende plekken in Noord-Irak kampen van de PKK. Zo werden luchtaanvallen uitgevoerd in het voor de Koerden heilige Qandilgebergte, waar het PKK-leiderschap zich ophoudt. Straaljagers bestookten namen munitiedepots, bunkers en schuilplaatsen.

In de overwegend Koerdische stad Sirnak, in het zuidoosten van Turkije, werd een avondklok ingesteld. In de stad Adana werden huiszoekingen uitgevoerd en werden 38 vermoedelijke PKK-rebellen opgepakt. In Istanbul werden 15 mensen gearresteerd die ervan verdacht worden tot de PKK te behoren. Het leger begon maandag ook een operatie in het Koerdische stadje Nusaybin en stuurde tanks naar Yüksekova, bij de grens met Irak. Beide steden werden door Davutoglu als brandhaarden van terrorisme aangeduid.

Afgelopen juli sneuvelde na tweeënhalf jaar een wapenstilstand tussen Turkije en de PKK. Sindsdien is de strijd in het oosten van het land opgelaaid en neemt het aantal aanslagen in andere delen van Turkije toe. Meer dan tweehonderd mensen kwamen sinds juli om bij vijf grote aanslagen die zijn toegeschreven aan Koerdische rebellen of aan IS. De aanslag van zondag is de tweede in Ankara dit jaar. In februari kwamen daar 29 mensen om bij een terreuraanslag.