Stolwijk is onzorgvuldig jegens horeca-ondernemer

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: oneerlijke concurrentie en geld lenen aan een zwakzinnige.

Foto Roel Visser / ANP

Het is een behoorlijk risico dat de nieuwe restaurateur in 2012 in het Zuid-Hollandse Stolwijk: een ambitieus restaurant op de eerste etage van een zalencentrum, vlak aan het centrale plein. De verbouwing kost 70.000 euro, grotendeels gefinancierd tegen een tarief van 9 procent gedurende vijf jaar. Een jaar later neemt hij ook de exploitatie van de zalen op de begane grond over, die hij eerst voor 18.000 euro laat moderniseren.

Het is dan ook een onaangename verrassing als het vlakbij gelegen gemeentelijke sport- en activiteitencentrum in andere handen overgaat, voor 210.00 euro met een hypotheek bij diezelfde gemeente tegen 2 procent rente, waarop de eerste twee jaar niet afgelost hoeft te worden. Daar komt nog 15.000 euro subsidie per jaar bij. Plus een eenmalige subsidie van een halve ton. En de kosten koper worden geschonken. Daarnaast dient een „gastvrije en actieve horeca exploitant” te worden gevonden. Een „cruciaal onderdeel” van het plan dat ook mikt op commerciële zaalverhuur, feesten en evenementen.

Ongeoorloofde staatssteun, vindt de restaurateur, dan wel een onrechtmatige daad jegens hem, de vrije ondernemer. Hij eist vergoeding voor gederfde omzet.

Geen ongeoorloofde staatssteun, vindt de rechtbank Den Haag, want dan moet sprake zijn van invloed op het handelsverkeer tussen lidstaten en daarvoor ligt Stolwijk te ver van de grens. Wel handelt de gemeente onrechtmatig jegens de restaurateur. Diens belang is niet meegewogen; door de verkoop is er oneerlijke concurrentie mogelijk gemaakt. Koopprijs en hypotheekrente zijn niet marktconform. Het voordeel dat de gemeente zo verstrekt, werkt dan ook door in de zaaltarieven, oordeelt de rechtbank.

De gemeente is aansprakelijk voor de schade van de restaurateur. Maar „alleen met betrekking tot het aan haar toe te rekenen effect op de tarieven van commerciële zaalverhuur” van het nieuwe gebouw. Die schade moet apart worden vastgesteld – en dat wordt nog zó ingewikkeld en de schade is relatief zó beperkt, dat de rechtbank beide partijen suggereert de zaak te schikken. De gemeente moet wel de advocaatkosten van de restaurateur betalen.