Sprinten in de schaduw van Dafne

Bij de junioren was ze regelmatig sneller dan Dafne Schippers. Jamile Samuel moet zich nog plaatsen voor Rio. De WK indoor van komend weekend is een tussenstop.

Jamile Samuel vorige week na een training op het nationale sportcentrum Papendal. Foto Sander Koning/ANP Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

In een hoekje van een huiskamer in de Amsterdamse wijk Nieuw Sloten staat een schildersezel. Met penseelstreken komt Jamile Samuel tot rust. Als het vele rennen haar even te veel wordt, heeft de sprintster behoefte aan contemplatie en kunstzinnige ontspanning. En de creaties op het dundoek – vooral landschappen en portretten – mogen er zijn, zeggen kenners.

Zo beleeft Samuel de momenten voor de wedstrijd:

Zo’n compliment inspireert Jamile Samuel, die het „te gek” zou vinden als ze ooit mag exposeren. Daar wil ze na haar sportieve carrière werk van maken. Dan kan ze meer tijd aan haar hobby besteden. Het leven van de atlete is nu nog hollen, vliegen, rennen en weinig stilstaan. Kan ook niet anders voor een sprintster van olympische statuur. Nu neemt Jamile Samuel voor haar gevoel te weinig plaats in het ingepikte hoekje van de huiskamer om te schilderen – „ik mocht die plek niet gebruiken, maar heb het toch in bezit genomen”.

Die Spelen gaan lukken

Zie de agenda van Jamile Samuel en het is duidelijk waar haar prioriteiten liggen. Op dit moment verblijft ze aan de westkust van de Verenigde Staten, in Portland, waar komend weekeinde de wereldkampioenschappen indooratletiek worden gehouden. In augustus wachten de Spelen in Rio de Janeiro, met daar tussenin tal van wedstrijden waarin de spintster nog de olympische limieten moet slechten. „Dat gaat lukken”, bezweert Samuel, die niet alleen op de 4x100 meter estafette wil gokken, maar voor Rio ook op de 100 en 200 meter ook vergaande individuele ambities heeft.

Als junior versloeg ze Schippers

Die limieten – 11,19 op de 100 en 22,90 op de 200 meter – zijn het probleem niet, schat Samuel in. Maar dan. Harder lopen dan landgenote Dafne Schippers en de Jamaicaanse sprintsters lijkt onbegonnen werk voor de Amsterdamse met persoonlijke records van 11,12 op de 100 en 22,72 op de 200 meter. Maar Samuel houdt de moed erin. Zij stelt haar eigen, reële doelen. En dat is vooral persoonlijke records lopen. „Als me dat lukt heb ik er alles uit gehaald wat erin zit”, zegt ze.

Maar nu niet meer

De bittere realiteit is dat Jamile Samuel tegenwoordig in de schaduw loopt van Dafne Schippers, de atlete die slechts 52 dagen jonger is dan zij en die ze als junior regelmatig versloeg. Maar sinds haar wereldtitel op de 200 meter slurpt Schippers alle aandacht op. Hoe vervelend is dat? Dat valt wel mee, zegt de Amsterdamse sprintster. „Als ik maar de attentie heb van de mensen die voor mij belangrijk zijn, dan is het goed. Of ik me ondergewaardeerd voel? Nou nee, niet per se. Dafne verdient die media-aandacht. In Berlijn heb ik onlangs een persoonlijk record van 7,14 op de 60 meter gelopen. Dat is heel snel. Doordat ik wat minder in de publiciteit ben, vergeet ik wel eens tegen mezelf te zeggen: ‘Het is heel goed wat je gedaan hebt, Jamile’.”

Toch was Samuel onlangs pissig dat Schippers bij de NK indooratletiek een voorkeursbehandeling kreeg. Ook zij had de series van de 60 meter willen overslaan. Ze wist niet dat de mogelijkheid van een bye bestond. Zou wel zo netjes zijn geweest als haar dat was verteld. Dat Schippers dat verzoek heeft ingediend neemt ze haar concurrente niet kwalijk, wel dat de organisatie haar die uitzonderingspositie gunde.

Zo dacht Samuel over voorkeursbehandeling van Schippers:

„Ik heb in aanloop naar de NK net zoveel wedstrijden als Dafne gelopen en was ook vermoeid. Nee, dat heeft niets met afgunst te maken. Ik kan het heel goed vinden met Dafne en in Nederlandse wedstrijden trekken we ons aan elkaar op, maar ik vind ook: je doet wel of niet aan een NK mee.”

Het verschil met Schippers verklaart Samuel deels aan haar weigering fulltime te trainen op het nationale sportcentrum Papendal, waar de Atletiekunie de nationale trainingsgroepen heeft gecentraliseerd. Maar van trainen, eten en slapen in de bossen nabij Arnhem wordt Samuel niet gelukkig, zegt ze. „Ik moet familie en vrienden om me heen hebben. Het gaat erom dat ik vrolijk ben, dan gaat het allemaal goed. Die afleiding heb ik nodig. Ik ben nu zover dat ik best vaker op Papendal wil trainen. Twee keer per week of zo. Maar ik ga er niet wonen, geen denken aan. Ik wil voor mijn rust naar huis kunnen en niet voortdurend met één ding bezig zijn.”

Ze sprintte met ‘hangende’ voeten

Loyaliteit speelt ook een rol. Samuel wil blijven trainen bij de clubcoaches van Phanos, Oscar Terol en Urta Rozenstruik, die de sprintster naar haar huidige niveau hebben gebracht. Die zijn nu bezig met het verbeteren van haar techniek. Ze sprintte met ‘hangende’ voeten. Lachend: „Vreemd hè. Maar het betekent dat ik meer met mijn tenen omhoog moet lopen, meer de bal van de voet moet gebruiken. Daardoor kan ik mijn knie meer omhoog brengen en wordt de achterzwaai minder. Het gaat steeds beter. Met resultaat, want de sprintster heeft indoor al harder gelopen dan ooit. En op de WK in Portland hoopt ze zich weer te verbeteren. Gretig: „Een tijd onder de 7,10 zou geweldig zijn.”

In dat geval heeft Jamile Samuel weer van zichzelf gewonnen. Als Dafne Schippers en de Jamaicaanse vrouwen dan nog harder lopen, so be it, zegt ze. Zolang de Amsterdamse sprintster zichzelf keer op keer verbetert, blijft ze gemotiveerd. „Dat iets waaraan ik heb gewerkt lukt in de wedstrijd. Dan heb ik van mezelf gewonnen.”

    • Henk Stouwdam