Plus: de grootste van de kleintjes groeit

Tussen al het fusiegeweld is Plus zelfstandig gebleven en doet het als een van de kleinere supermarktconcerns „fantastisch”.

De omzet van supermarkt Plus is vorig jaar met 8,8 procent gestegen, het marktaandeel ging eveneens omhoog en het operationeel resultaat ligt met 59 miljoen euro ruim 5 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit een jubelend persbericht. „Daar mogen we best een beetje trots op zijn”, schrijft algemeen directeur Jan Brouwer erbij. Het klinkt als valse bescheidenheid, maar, zegt Brouwer op het hoofdkantoor van Plus in Utrecht, „ik loop lang genoeg mee om te beseffen dat je vandaag succesvol kunt zijn maar dat dat morgen weer voorbij kan zijn.”

Brouwer (60) loopt al een paar decennia jaar mee in de Nederlandse supermarktwereld. Van 1996 tot 2006 was hij de hoogste baas van C1000. Daarna bekleedde hij diezelfde positie bij Super de Boer, totdat die keten in 2010 werd overgenomen door Jumbo. Sinds oktober 2013 zit Brouwer bij Plus.

Coöperatie

De supermarktwereld is de laatste jaren flink opgeschud, en dat komt vooral door het Brabantse familiebedrijf Jumbo. Na onbetwist marktleider Albert Heijn, met een marktaandeel van 35 procent, volgde van oudsher een trits kleine supermarktbedrijven.

Maar door de overnames van zowel Super de Boer als C1000 is Jumbo er in geslaagd razendsnel uit te groeien tot de nummer twee, met een marktaandeel van zo’n 18,5 procent. Na de twee grootmachten komen de discounters Lidl en Aldi en daarna volgen de kleintjes – Plus, Dirk, Coop, Hoogvliet, Deen. Plus is met 262 winkels, een omzet van 2,2 miljard en een marktaandeel van 6,2 procent de grootste onder de kleinen. Hoe blijft Plus overeind in het fusiegeweld?

Vooropgesteld: Plus is zelf flink gegroeid door het verdwijnen van concurrenten. In 2006 kon het bedrijf tachtig Edah-winkels overnemen.

En nadat Jumbo in 2009 Super de Boer wist te bemachtigen, kocht Plus nog enkele winkels van die keten over.

Op korte termijn voorziet Brouwer geen nieuwe overnames. En voor Plus ziet hij al helemaal geen reden voor een fusie. Plus heeft een sterke eigen positie en behaalt „fantastische resultaten”, zegt hij. Ook voor inkoopvoordelen – voor supermarkten het allerbelangrijkste thema – hoeft hij het niet te doen. Plus is aangesloten bij inkooporganisatie Superunie en kan op die manier net zo scherp inkopen als de grootste partijen.

Anders dan het gros van de Nederlandse supermarktbedrijven is Plus een coöperatie. Alle supermarkten zijn in handen van zelfstandig ondernemers; zij zijn feitelijk de eigenaren en praten mee over het beleid.

Dat draagt bij aan het succes van de formule, zegt Brouwer stellig. „Een zelfstandige supermarktondernemer runt zijn winkel voor eigen rekening en risico en is daardoor veel meer toegewijd. Hij zet een stap harder dan de gemiddelde filiaalmanager.”

De coöperatieve structuur heeft ook nadelen, ziet Brouwer. „Doordat alle ondernemers overal bij betrokken zijn, kun je soms slagkracht missen.” Besluiten nemen kan meer tijd kosten, omdat er genoeg „draagvlak” moet zijn.

Een voorbeeld? E-commerce, ofwel onlineboodschappendiensten. AH en Jumbo bezorgen thuis en beginnen het ene na het andere ‘pick-up point’, ín de winkels en zelfstandige, tankstationachtige afhaalpunten. Bij Plus duurde het door het overleg met de ondernemers iets langer, erkent Brouwer, „maar we hebben nu wel de goede koers te pakken”.

Plaatselijk assortiment

Honderdzestig winkels van Plus hebben inmiddels een online boodschappendienst. De lokale ondernemer handelt de bestellingen af – hij haalt de artikelen uit zijn eigen winkel en bezorgt deze dezelfde dag, desgewenst binnen 2 à 3 uur, aan huis. Dit systeem heeft één nadeel: het grote voordeel van online, ‘oneindige schappen’, gaat niet op als de klant het met het assortiment van de plaatselijke Plus moet doen. Om die reden komt er in 2017 een e-distributiecentrum, zodat de klant op de centrale site kan kiezen uit een groter aanbod. Brouwer: „Dat lijkt ons de ideale combinatie. Ik denk dat we dan in staat zijn aan alle behoeftes te voldoen.” De online-omzet van Plus gaat nu „richting 2 procent”. In 2017 zal dat ongeveer 3 procent zijn.

De investeringen om vanuit de winkel online aan de slag te gaan, betaalt de zelfstandige ondernemer zelf. Hetzelfde geldt voor de ombouw van de winkels naar de laatste winkelformule, wat gemiddeld 1 miljoen per winkel kost.

Stijgt het rendement van de ondernemers evenredig met de omzet? Brouwer wil op dit punt geen concrete uitspraken doen. Wel wil hij zeggen dat het rendement de laatste vier jaar „sterk” gestegen is. „We keren dividend en bonussen uit aan de ondernemers”. Ondernemers die investeren in online of de laatste winkelformule krijgen daar bovendien een stimuleringspremie voor. „Er vloeit geen kapitaal naar vreemde aandeelhouders of naar familie. Winst vloeit naar de coöperatie of we keren het uit. Dat is in 2015 ook gebeurd. Het komt uiteindelijk altijd ten goede aan de ondernemers.”

    • Barbara Rijlaarsdam