Niet heppiedepeppie, wel met humor

Tanja Ritterbex wil weten wie ze echt is, in dit tijdperk van sociale media. Ze schildert nu de 365 selfies na die ze nam in 2014.

Best time ever, door Tanja Ritterbex gemaakt in 2015. Courtesy Ornis A. Gallery

Dit zegt Rolf Groenewoud van Vliet (29) over Tanja Ritterbex, van wie hij als beginnend verzamelaar vorige maand op kunstbeurs Art Rotterdam het werk Comfort kocht: „Wat ik zie? Krachtige kleuren die een gevoel bij je oproepen van snelheid, van emotionele druk en van tegenstellingen. Voor mij is dat het gevecht dat je hebt met het vinden van je plek in de wereld. Haar werk is niet heppiedepeppie, maar dat is juist goed. Je ziet bij haar het leven zoals het tegenwoordig is, vol chaos en prikkels.”

En dit zegt Catharien Romijn (56), die de kunstcollectie samenstelt van multinational DSM en eind vorig jaar het zelfportret van Tanja Ritterbex in haar slaapkamer aankocht, This is where the magic happens: „Wat ik zie? Ze schildert zichzelf met een breed schildergebaar, felle kleuren en heel veel humor. Tegelijkertijd snijdt haar werk een serieus thema aan: wie zijn wij eigenlijk echt, in dit tijdperk waarin social media een hoofdrol spelen? Die zoektocht naar waarachtigheid vind ik sterk.”

Sinds een week is werk van Tanja Ritterbex te zien op de tentoonstelling Made in Amsterdam, 100 jaar in 100 kunstwerken in het Amsterdam Museum. Die titel zegt precies wat het is, de tentoonstelling begint in 1915 en laat van honderd kunstenaars steeds één werk in één bepaald jaar zien. Breitner, Toorop, Appel, Dibbets, Willink, Dumas: ze zijn er allemaal. En ook minder bekende namen: Gustave De Smet, Nola Hatterman. Het laatste jaar, 2015, is voor Tanja Ritterbex (30), met een van een selfie geschilderd zelfportret. In 2014 nam ze 365 dagen lang één selfie, die ze postte op Facebook. Al die selfies schildert ze nu na, bijna elke dag één, ze is bij nummer 235. Ook de schilderijen staan allemaal op Facebook.

Tanja Ritterbex’ plek op de tentoonstelling is een speciale. Ze is de laatste, maar ook de eerste: haar werk staat op de cover van de catalogus. Het is ook haar citaat dat wordt aangehaald in het persbericht („Amsterdam heeft mijn penseelstreek doen dansen”) en bij de opening is zij het die de catalogus overhandigt aan de oudste nog levende exposante, Riek Milikowski-de Raat (98).

Voor die gelegenheid is Tanja Ritterbex even teruggekomen uit Tel Aviv, waar ze een half jaar lang artist-in-residence is in de Bronner Residency. Op de dag van de opening ziet ze er al even kleurig uit als op haar selfies: strepen goudglitter rond de ogen, een roze shirt op een zwart-wit geblokte broek, schoenen met veren.

Waarom maakt ze wat ze maakt? Tanja Ritterbex: „Dat het autobiografisch is bedoel je? Dat moest. Het zat in mijn hoofd, het kon gewoon niet anders. Misschien moet je er een beetje gek voor zijn om elke dag selfies te schilderen, maar het is ook een drijfveer. Ik ga altijd door. Als ik een dag niks doe, heb ik het idee dat ik faal.”

Ze werkt snel, zegt ze, het liefst had ze elke selfie nageschilderd op dezelfde dag een jaar later. Maar dat is niet gelukt. „Dat ik al die selfies schilder, heeft me geholpen met experimenteren. Kom, ik maak het gezicht deze keer groen, denk ik dan. Of ik gebruik zand. Ik doe het gewoon, er komen toch nog honderd andere.”

Hoe is het om jezelf elke dag opnieuw publiek zichtbaar te maken? „Soms best moeilijk. Het kan alleen door je zo weinig mogelijk aan te trekken van anderen. Maar dan maak ik bijvoorbeeld kennis met een nieuw iemand en dan denk ik: oh jee, die gaat straks naar mijn selfies kijken.”

Wat je dan ziet is niet het geijkte, vrolijke zelfbeeld dat mensen van zichzelf achterlaten op sociale media, maar een ingewikkeld, gelaagd personage. Een beeld van een beeld is het, de geschilderde suggestie van een stemming of een gevoel: spanning, verlangen, ontroering, verdriet, het kan van alles zijn. Wil ze bewust bepaalde effecten teweegbrengen bij de kijker? Met onverbloemd erotische portretten shockeren bijvoorbeeld? „Nee, daar hou ik me niet mee bezig. Wat je ziet zit in jouw manier van kijken, in jouw hoofd.”

En straks? Als ze allemaal af zijn? Ze maakt al schilderijen die geen beelden van haarzelf zijn. Comfort is zo’n werk. Rolf Groenewoud van Vliet: „In plaats van zichzelf aan je te tonen vanuit een virtuele realiteit, laat ze nu de echte wereld bij je binnenkomen. Je ziet een jonge vrouw die heeft rondgereisd, die souvenirs heeft verzameld en die haar plek in de wereld zoekt. Wanneer is je huis je huis, denk je als je ernaar kijkt.”

    • Gretha Pama