Niet elke handtekening telt

Is het voldoende als een bank weet dat een klant die geld wil lenen, een bankrekening heeft en geen curator of bewindvoerder heeft? En dus beschikkingsbevoegd is? Of moet er nog nader onderzoek worden gedaan, als de aanvrager op het formulier invult van een Wajong-uitkering te leven?

De rechtbank Rotterdam vindt van wel, in het geval van de ‘Nationale Voorschotbank’ die via internet bijna 40.000 euro tegen 7,9 procent rente leent aan een geestelijk gestoorde vrouw die „functioneert op het niveau van een 4- tot 5-jarige”.

De rechter vindt dat een bank bij een klant met een Wajong-uitkering moet beseffen dat zo iemand in meer of mindere mate een ziekte of een gebrek heeft. Zeker gezien de hoogte van het bedrag en het feit dat de bank de klant nooit heeft gezien of gesproken, had nader onderzoek voor de hand gelegen. De vrouw mag de kredietovereenkomst als nietig beschouwen. Zij kan, gezien haar mentale toestand, niet geacht worden echt de wil te hebben gehad de overeenkomst te tekenen.