Koken voor asielzoekers. Blijft lastig

In de opvang in Crailo mogen bewoners zelf koken. Maar alleen centraal, voor iedereen tegelijk. En dus wordt er veel geklaagd.

Abu George, vluchteling uit Aleppo, aan het werk in de keuken van Crailo. Hij kookt zo'n vier keer per week voor alle circa honderd vluchtelingen en is daarmee de belangrijkste kok van deze asielopvang. Foto Olivier Middendorp

Geef Abu George een hand, en hij biedt zijn onderarm aan. Zijn handen bewaart hij voor het koken. Ze zijn zelfs gestoken in plastic wegwerphandschoenen. In slippers en korte broek, met daaroverheen een lang schort, staat hij voor de fornuizen. Op het vuur staan vier pannen met vleesschijven, drijvend in de olie. Op het menu vanavond: hamburger.

Abu George is een vluchteling uit Aleppo, Syrië. En hij is de belangrijkste kok van Crailo. Het Leger des Heils, de beheerder van deze asielopvang, is er trots op: na de catering in de opstartmaanden kunnen bewoners sinds het begin van de winter zélf koken.

Koken voor iedereen

Dat klinkt als een welkome activering van verveelde vluchtelingen. Als fijne participatie. Als het aanboren van zelfredzaamheid. Maar de praktijk is anders. Ja, bewoners mogen koken. Maar zij die koken moeten dat doen voor alle bewoners tegelijk. Een kleine honderd in getal.

„Logistiek is dat het meest haalbaar”, zegt een woordvoerder van het Leger des Heils. Wel zo efficiënt: één centraal budget voor de inkoop van eten. Brood, beleg en yoghurt voor ontbijt en lunch. En voor het avondeten bepalen de koks zelf het menu.

Met koken in kleinere groepen – een voorstel onlangs van een aantal bewoners – wordt sinds afgelopen weekend wel geëxperimenteerd. Los van die pilot is het koken hier een grote, centrale onderneming. Twee, drie bewoners die honderd monden voeden. De meeste bewoners zien geïntimideerd van die klus af.

Abu George niet. De voedselvoorziening ’s avonds is daardoor voor een groot deel van hem afhankelijk. Hij kookt vier dagen per week, bijgestaan door twee of drie andere bewoners.

Zorgen over de kinderen

Hij was kok in Aleppo, zegt hij, had een eigen restaurant. Dus kookt hij ook hier. Hij schotelt zijn bezoek ter keuring hamburger voor. Het vlees smaakt niet slecht. Maar de eerlijkheid gebiedt: ook niet bijzonder goed. Het is vooral vettig.

Voor de maaltijden van Abu George bestaat geen enthousiast publiek, blijkt als je bewoners ernaar vraagt. Men zegt het met schroom. Het ligt niet aan Abu George. Men respecteert hem. Hij is een goed man en zijn arbeidsethos is bewonderenswaardig. Hij draait volledige werkweken. Probeer jij maar eens honderd eters tevreden te maken. Dat lukt je niet. De één wil knoflook, de ander geen uien. Los van al die relativering: schotel de mens eten voor, en de mens zal er iets van vinden.

De Syriër Abdullah bijvoorbeeld. Hij eet hier op Crailo niet met plezier, vertelt hij op zijn kamer. De kip is vaak niet gaar. Niet goed gemarineerd ook. De hamburger is vet, de vis vetter. Abdullah laat zijn bord een paar keer per week staan. Tien kilo zegt hij te zijn afgevallen. Vorige week was een dieptepunt, hij gooide het eten meteen weg. Wat stond op het menu? Een lach onder zijn guitige ogen. „Dat weet niemand”, zegt hij. „Een mix.”

Over zijn verloren tien kilo hoor je hem niet klagen. Maar over de kinderen op Crailo, zo’n twintig in getal, maakt hij zich zorgen. „Zij moeten genoeg eten, dat is belangrijk”, zegt hij. „Maar je kunt kinderen niet dwingen iets lekker te vinden.”

Ook Hazim, vader van vijf uit het Syrische Idlib, is bezorgd. Zijn dochter van vier jaar is, met veertien kilo, te licht. Ze moet meer eten, zei de dokter die langskwam op Crailo. Hazim zou graag zelf iets koken voor haar dochter. Soep. Een ei. En voor zijn tweeling van achttien maanden gekookte rijst met melk. Op melk alleen is de tweeling uitgekeken. Maar het Leger des Heils stond het hem niet toe. „Ik mocht nog geen ei bakken.”

Koken in de eigen kamer mag niet

Er is voor kleine, eigen kookplannen nu eenmaal weinig keukenruimte beschikbaar, laat het Leger des Heils weten. Alle gaspitten zijn hard nodig voor de grote dagelijkse klus. Er is weliswaar nog een keuken op Crailo, maar die is buiten gebruik. „De gasleiding en afvoer zijn stuk en repareren schijnt erg duur te zijn”, zegt de woordvoerder van het Leger.

De staat van het pand wreekt zich. Het stond op de nominatie voor sloop, en toen kwamen de vluchtelingen afgelopen nazomer massaal naar Nederland. En zo werd een op sterven na dood pand plots gereanimeerd als herberg voor honderd Syriërs en Eritreeërs.

Wat meespeelt: het Leger des Heils spreekt van onprettige ervaringen met het toestaan van koken op kleine schaal. Een niet schoongemaakte keuken, hamsteren van eten, verdwenen benodigdheden. Daarom staat het Leger aparte etensbereiding alleen nog toe als er goede reden is. Ziekte, een speciaal dieet. „Maar wel in overleg.” Dat is nu gebeurd met Hazim: hij mag één dag per week koken voor zijn dochter en tweeling.

De meeste bewoners zijn dus gebonden aan het centrale kookplan van Crailo. Alleen geld kan een uitweg bieden. Maar dat hebben de meesten hier niet of nauwelijks meer. En al heeft men geld: koken in de eigen kamer mag niet. Kookplaten zijn niet toegestaan. Die trekken helaas te veel stroom weg, zegt het Leger des Heils. Ook de stroomvoorziening in het pand is gebrekkig. Zelfs de waterkokers van bewoners zijn onlangs ingenomen. Kwestie van veiligheid, laat het Leger weten.

Als het avondeten goed is, zoals die kiprolletjes van laatst, bewaart Abdullah een deel in de koelkast, zegt hij. Voor de dag erna. „We moeten zuinig zijn op elke euro.”

Soms koopt hij groenten van het geld dat hij nog heeft en maakt hij zelf iets klaar. Kijk, zegt hij. Hij opent de deur van zijn koelkastje, haalt het folie van de saladeschaal af en dient op met Libanees brood. Mfaraket koosa. Puree van courgette, bereid met munt. Het smaakt goed. Abdullah lacht. „Wil je wat mee naar huis?”