Column

‘Juffrouw’

Onlangs kreeg ik een schriftelijke reprimande van een lezeres omdat ik een verkoopster van V&D een ‘juffrouw’ had genoemd. „Zeer ouderwets”, oordeelde ze vinnig. Zij snijdt hiermee een probleem aan waar we niet al te licht over moeten denken, want wie wil graag ouderwets genoemd worden?

Ik wil best toegeven dat het ouderwets klinkt, omdat die benaming – mede onder invloed van het feminisme – steeds minder gebruikt wordt. Vroeger was ‘juffrouw’ de aanspreekvorm voor een ongetrouwde vrouw; getrouwde vrouwen moesten mevrouw worden genoemd. (In een grijzer verleden mochten getrouwde vrouwen ook juffrouw worden genoemd.)

De aanspreektitel ‘juffrouw’ wordt in de gewone omgang nu vooral nog voor een onderwijzeres op de basisschool gebruikt, „en verder ook nog wel voor jonge meisjes”, schrijft Wikipedia. Die ‘juffrouw’ van V&D was in de twintig, geen ‘jong meisje’ dus meer. Had ik haar daarom beter ‘mevrouw’ kunnen noemen? Misschien had ze het niet bepaald als een compliment beschouwd, want het zou haar meteen een stuk ouder hebben gemaakt.

Kortom, de praktijk van het dagelijks leven is weer eens gecompliceerder dan we zouden willen. Want wat is het alternatief voor ‘juffrouw’? Het kan moeilijk altijd ‘mevrouw’ zijn; dat zou betekenen dat je álle jonge vrouwen zo zou aanspreken.

Lastig. Je zit op een terras en moet de aandacht trekken van een serveerster van in de twintig. ‘Juffrouw’ mag dus eigenlijk niet, want het is geen ‘jong meisje’ meer, en ‘mevrouw’ is ook nog niet gepast. Dan maar ‘hallo’? Dat klinkt weer op het onbeleefde af, om nog maar te zwijgen van het „Truus, kom ’s even hier” dat ik ook weleens iemand – een nogal autoritaire man – heb horen bezigen. Ik kies dan toch maar liever voor ‘juffrouw’, al vindt die lezeres dat zeer ouderwets.

Als politieke correctheid zich met ons taalgebruik bemoeit, ondervinden we daar hinder van. Vooral voor publicisten is het er niet makkelijker op geworden. Wanneer je vroeger een neger beschreef, mocht je volstaan met ‘neger’ en wist iedereen wat je bedoelde. Nu moet hij met ‘zwart(e)’ worden aangeduid, wat onduidelijker is omdat het ook ‘zwartharig’ kan betekenen.

In de persoonlijke omgang kan het tot een zeker mijdingsgedrag leiden. Omdat je twijfelt hoe je iemand moet aanspreken, laat je de benaming maar weg en val je meteen met de deur in huis – wat een nogal plompverloren indruk kan maken. Ook vrouwen verzekerden me dat ze soms aarzelen tussen ‘juffrouw’ en ‘mevrouw’’ – vooral bij vrouwen tot ongeveer veertig – en het daarom maar helemaal weglaten.

Dit gebeurt overigens niet alleen in de omgang met vrouwen. Wie roept er nog „Ober!” op een terras? Het is alsof je roept: „Slaaf, hierrrr…” Je houdt het dus bij ‘meneer’, maar als het een werkstudent van een jaar of achttien betreft, klinkt dat wel erg formeel. Toch moet ik in dat geval ‘Zeg joh’ afraden.

We zouden beter op zoek kunnen gaan naar goede praktische alternatieven. Want we schaffen wel woorden af, maar bedenken geen plaatsvervangers. Een ander woord voor ‘juffrouw’ moet toch te vinden zijn? Ja, ‘meid’ heeft, ook onder invloed van het feminisme, een herwaardering ondergaan, maar het is meer een aanspreekvorm tussen vrouwen. Als man kun je het ook tegen je vrouw zeggen, maar zelfs dan is enige voorzichtigheid geboden.