Stoppen met roken: in één keer werkt beter dan eerst minderen

 Na zes maanden is ruim een op de vijf van de mensen die de sigaretten radicaal afzworen nog steeds clean, terwijl dat geldt voor een op de zeven van de mensen die langzaam afbouwden.
Foto: Jeroen Jumelet/ANP

In één klap stoppen met roken werkt beter dan langzaam afbouwen. Na zes maanden is ruim een op de vijf van de mensen die de sigaretten radicaal afzworen nog steeds clean, terwijl dat geldt voor een op de zeven van de mensen die langzaam afbouwden. Dat schrijven Britse onderzoekers dinsdag in het medische blad Annals of Internal Medicine.

De meeste richtlijnen voor het stoppen met roken schrijven al voor dat mensen het beste acuut kunnen stoppen. Ook de Nederlandse huisartsen adviseren om in één keer te stoppen. In de praktijk kiezen veel rokers er echter voor om via minderen te proberen van hun verslaving af te komen.

Tot nu toe was het wetenschappelijke bewijs dat van de ene of de andere dag stoppen het beste resultaat oplevert niet doorslaggevend. Een meta-analyse van tien eerdere studies, de meeste van slechte kwaliteit, liet in 2012 marginale verschillen zien in het effect tussen radicaal stoppen en geleidelijk afbouwen.

De Britse onderzoekers verbonden aan de universiteiten van Londen, Oxford en Birmingham deden een betere, zorgvuldig opgebouwde studie. Een groep van 697 rokers die via hun huisarts hadden aangegeven te willen stoppen, werd willekeurig in tweeën gedeeld.

De helft die acuut zou stoppen werd gevraagd een datum te kiezen en tot dan normaal te blijven roken (vanaf 15 sigaretten per dag). De andere groep moest in twee weken volgens een vast schema afbouwen naar nul. Ze mochten daarbij nicotinevervanging als steun gebruiken, zoals nicotinepleisters en nicotinekauwgum. Om de ‘behandeling’ gelijk te trekken werd de deelnemers in de plotseling stoppende ‘cold turkey’-groep gevraagd om voor de stopdatum ook al nicotinepleisters te gebruiken. Daarna mochten ze naar wens dagelijks een nicotinepleister plakken of, als ze dat wilden, kortwerkende nicotinesnoepjes, net als de andere groep.

Na vier weken bleek het krap 40 procent van de deelnemers in de afbouwgroep te lukken om van de sigaret af te blijven, tegen bijna de helft van de deelnemers in de direct-stoppen groep. Hoewel na langere tijd in beide groepen de helft van de stoppers toch weer is gaan roken, slaagden de radicale stoppers er toch beter in bij hun goede voornemens te blijven.

Hoewel de deelnemers in de studie geen keus hadden (ze werden aan een groep toegewezen), vroegen de onderzoekers hen vooraf wel welke methode hun persoonlijke voorkeur zou hebben bij het stoppen. Achteraf bleek dat de mensen die liever langzaam wilden af bouwen na een maand vaker weer waren gaan roken dan mensen die cold turkey prefereerden. Volgens de onderzoekers moet cold turkey voortaan de norm zijn bij stoppen met roken. Met één voorbehoud: als met gradueel afbouwen veel grotere groepen rokers tot een stoppoging zijn te verleiden, kan de winst daarvan toch groter zijn.